Werken aan een liberale islam

Mohamed Ajouaou reageert op het artikel van Gé Speelman. Hij vraagt zich af: wie kunnen hervormingen in de islam doorvoeren en wat wil je precies veranderen?

ajouaou

Mohamed Ajouaou is universitair docent islam aan de Vrije Universiteit en bekend van verschillende publicaties over de islam.

De mogelijkheid en urgentie van hervormingen binnen de islam – Gé Speelman snijdt hiermee een relevant thema aan. Belangrijk daarbij is om niet in een soort ‘hedendaagse cultuuroorlog’ terecht te komen, met als gevolg dat moslims eerder radicale anti-modernistische stellingen zullen betrekken.

Maar hoe kun je een liberale islam bevorderen? Laten we eerst eens kijken waar we het eigenlijk over hebben. De islam is namelijk complex en kent meerdere dimensies. In dit artikel laat ik me hiervoor leiden door de volgende vragen:

1. Wat moet men precies hervormen in de islam?
2. Wie moet dat doen?
3. Hoe kan dat gebeuren?

Wat moet men precies hervormen in de islam?
Voor de eerste vraag moet het concept islam gedeconstrueerd worden naar de verschillende dimensies waar het als religie uit bestaat. In mijn boek Wie is moslim? Geloof en secularisatie onder westerse moslims (2014) heb ik globaal vier relevante dimensies geïdentificeerd:

1. De leer(stellingen) ofwel de bekende geloofsfundamenten
2. De praxis ofwel het uitwendig religieus gedrag, zowel in de vorm van rituelen als in de vorm van het nakomen van geboden en verboden
3. Zingeving
4. Ideologie.

Alle door Gé Speelman besproken thema’s vallen onder de vierde dimensie en kennelijk is dus urgentie van hervorming daar het hoogst en maatschappijbreed het meest relevant. Immers, wat boeit het iemand welke voorstellingen een moslim heeft van God en het hele metafysische gebeuren (de leer); of hoe hij of zij knielt voor God, welke spijsregels hij of zij wenst bij een hapje of drankje (praxis)?  En wat boeit het iemand hoe en waar een moslim wenst begraven te worden (zingeving)?

Meer relevant is hoe een moslim denkt over en wenst zich te verhouden tot de ander, in het bijzonder in de publieke ruimte. Welke politieke rechtsorde wordt voorgestaan en eventueel nagestreefd; hoe kijkt men naar universele verworven grondrechten; welke claims heeft hij of zij om eventueel andere dimensies van het geloof te realiseren (voorbeeld: een islamitische gebedsruimte op de campus: hoe moet je die inrichten en kun je die delen met andersgelovigen?) Hoeveel ruimte geef je vrouwen? Welke boodschap verspreid je eventueel bij een preek als die wordt gegeven? Vind je überhaupt dat er een preek moet worden gegeven?

Wie gaat het doen?
De vraag wie een aanzet moet doen voor deze hervorming is lastiger dan men denkt. Duidelijk is, zoals Speelman zelf concludeert, dat de islam zich minder leent voor grote hervormers à la Karl Barth, laat staan à la Voltaire.

Om te beginnen, omdat binnen de islamitische religieuze realiteit zoals die nu ligt, hervorming zoals gezegd niet even dringend nodig is in alle vier hierboven genoemde dimensies. De urgentie is alleen voelbaar in de ideologische dimensie. Omdat het bij deze dimensie ook gaat om het samen leven, zijn soms eerst daden nodig en soms (rigoureuze) politieke interventies om wat Speelman modernistische stellingen noemt te laten gelden. Pas na of onder dreiging van die interventies volgt dan de theologische onderbouwing. Ter illustratie geef ik een paar voorbeelden.

Slechts weken geleden heeft de Marokkaanse regering het ambt udul (soort notariële functie die uitsluitend behouden was voor mannen) opengesteld voor vrouwen. Woede van conservatieve geestelijken of niet, ze gaan nu ongetwijfeld theologisch onderbouwen dat vrouwen even capabel zijn als hen collega-mannen.

De regering in dit land heeft, net als vele andere islamitische landen, onderwijsmateriaal grondig herzien en met name lectuur voor godsdienstonderwijs gezuiverd van onvriendelijke of haatdragende religieuze teksten tegen andersgelovigen en andersdenkenden. Daarbij wordt veel meer nadruk gelegd op burgerschap dan op de geloofsgemeenschap.

Voor velen gaat dat overigens niet ver genoeg. De gerenommeerde activist en uitgesproken secularist Ahmed Asid roept juist op om het vak godsdienst zodanig te moderniseren dat het uitsluitend ‘modernistische stellingen’ dient.

In Tunesië zijn dergelijke processen al lang gaande. In augustus 2017 gaf de president Al-Sabsi opdracht om gendergelijkheid op alle domeinen te realiseren, inclusief het erfrecht en het huwen van een niet-islamitische partner. De hoogste geestelijke autoriteit (dar al ifta’) zegende de oproep en leverde theologische onderbouwing.

Een andere weg
Naast kordate politieke of maatschappelijke interventies om hervorming van de ideologie van de islam te bewerkstelligen, is een andere weg het vrije maatschappelijke debat in de media, onderwijs, buitenschoolse educatie, welzijn en dergelijke. Hierin is een taak weggelegd voor alle soorten intellectuelen zoals (godsdienst)sociologen, filosofen, psychologen, journalisten maar zeker ook onderwijzers die in directe interactie staan met moslims. Zij dragen bij of kunnen substantieel bijdragen aan het kweken van wat Speelman noemt ‘met gezond verstand op een hermeneutische manier’ kijken naar de traditie (de hoe-vraag). De inzet van deze intellectuelen is veel effectiever dan al die theologen die Speelman noemt in haar artikel, inclusief Fethullah Gülen en Tariq Ramadan.

Leidt hervorming op de ideologische dimensie van de islam tot een liberale islam? Ja. Maar dat zegt nog niets over de andere dimensies. Ik kan dus ‘conservatieve’ voorstellingen erop nahouden op het domein van de leer, ik kan fervent moskeeganger zijn en ritualistisch ingesteld zijn en toch liberaal of seculier.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: