Reactie: Verder dan de Reformatie en vrijzinnigheid

Het Avondmaal zou aan het begin van de kerkdienst gevierd moeten worden, aldus Coen Wessel, om pas daarna vanuit de ontmoeting de Bijbel te gaan lezen.

GK 0218 2

Coen Wessel is predikant van de protestantse gemeente Hoofddorp

500 jaar protestantisme is gevierd met congressen en gedenkbijeenkomsten. Maar voor het actuele geloof van de kerk heeft de reformatieherdenking niet veel opgeleverd. Dat was ook niet te verwachten. Het midden van de kerk heeft de herdenkingen goedmoedig over zich heen laten komen, maar heeft  in zijn hart al lang afscheid genomen van de reformatie. De meest vitale beweging aan de rechterkant van de kerk, de evangelische beweging, heeft niet zoveel met geschiedenis. Het Evangelisch Werkverband sloeg het afgelopen jaar zelfs een obscurantistische  richting in. In twee ‘There is more’-conferenties stonden  bevrijding van demonen, genezing door gebed en vernieuwing door de Geest centraal. Zouden er effectievere methodes bestaan om de geesten van Luther en Calvijn uit te drijven?

Gelukkig is aan het einde van het herdenkingsjaar toch nog een artikel verschenen dat richting wil geven aan het actuele geloof van de kerk. In een artikel op deze website wil Rick Benjamins de Nederlandse theologie vernieuwen. Niet de kerk met haar ambten en sacramenten moet de grondslag zijn van theologie en liturgie zoals bij de RK-kerk, noch de bijbel zoals in de Reformatie, noch de  menselijke geest zoals in de 19e eeuwse vrijzinnige theologie, maar de viering aan de tafel. Hij vat de voorrang van de viering aan tafel samen in de mooie oneliner:  ‘Wij gaan niet aan tafel omdat het in de Bijbel staat, maar wij lezen de Bijbel aan tafel.’

“Het Avondmaal gold als bijgelovige uiterlijkheid,,

Benjamins komt uit de vrijzinnig protestantse traditie. In de vrijzinnigheid gold van oudsher het Avondmaal – en eigenlijk elk ritueel – als een bijgelovige uiterlijkheid. Het ging om het innerlijk van een mens en om haar of zijn morele daden. In de vrijzinnige vieringen bleef het Woord centraal staan, als enige leermeester van het innerlijk. Meestal was dat de Bijbel, soms ook een ander verlichtend of stichtend woord. Het leidde tot een nogal bloedeloos geloofsleven waarin rationaliteit en moraliteit centraal stonden. Het was in toenemende mate onduidelijk waarom je niet direct humanist zou worden.

Het belangrijkste aspect van de viering aan tafel is voor Benjamins de aanvaarding van elkaar. ‘Aan tafel erkennen en aanvaarden wij elkaar, ten diepste omdat wij ons in Christus door God aanvaard mogen weten’. In de gemeenschap die zo ontstaat komen de spanningen en conflicten van de samenleving mee doordat de verschillende mensen aan tafel die spanningen belichamen. Denk daar bij aan verschillen tussen mensen met een andere culturele achtergrond of aan sociaaleconomische, raciale of morele verschillen.

“Ik mis het mystieke aspect,,

De voorrang die Benjamins geeft aan ‘de tafel’ boven de Schrift is interessant en belangrijk. Maar ik ben het niet eens met de wijze waarop Benjamins vervolgens  ‘de tafel’ uitlegt als vooral het beleven en vieren van de intermenselijke aanvaarding. Ik mis het mystieke aspect en ik mis de waardering voor voorwerpen en handelingen die God en mens bij elkaar brengen. In het Avondmaal stap je een andere ruimte binnen, plaats en tijd transformeren. Juist door de bewuste stilering – het is geen gewone brunch – worden andere tijd- en ruimtedimensies geopend. In het Avondmaal ben je verbonden met het leven van Jezus en zijn voorgangers. Je bent verbonden met de levende Christus in de hemel. Op een manier die zowel concreet en lichamelijk (kring, tafel, beker, servetten, brood, wijn, spijsvertering) als mystiek is. Bij Benjamins verdwijnt dat alles in de concentratie op de intermenselijke verschillen. Bij Benjamins blijf je vooral gefocust op de vraag: word ik aanvaard door mijn tafelgenoot, aanvaard ik mijn tafelgenoot. Het lijkt me heel lastig om dat niet in een soort platheid van ‘mensen onder elkaar’ te laten verzanden.

Benjamins is mij nog veel te reformatorisch. De theologie van de reformatie legt eenzijdig de nadruk op de genade: de aanvaarding en vrijspreking van een mens door God. Op zich mooi, maar alle andere geloofsthema’s  verschrompelen door die krankzinnige concentratie op dit ene thema. Benjamins gaat mee in die eenzijdige nadruk op de aanvaarding. Alleen verschuift hij de aanvaarding op een klassiek vrijzinnige manier. In plaats van de genadige aanvaarding door God komt de tussenmenselijke aanvaarding van elkaar. De nadruk op tussenmenselijke aanvaarding – en daarmee ook op menselijke verschillen – zuigt de tafelviering bovendien mee in de huidige obsessie  met identiteit die zowel links als rechts in de politiek bestaat. Tegelijkertijd blijven er ook heel veel verschillen die niet aan de tafel overwonnen kunnen worden. Ik zie joden en moslims nog niet zo snel met christenen regelmatig Avondmaal vieren.

“Het uiterlijke van ons geloof moet weer volop een plaats krijgen,,

Maar ik lees iets anders in Benjamins’ voorstel om de tafel voorrang te geven. Ik zie het als een oproep om ‘het uiterlijke’ veel meer te waarderen. De reformatie was een stormloop tegen bijna al het uiterlijke van de Katholieke kerk. Spinoza deed daar later nog een schepje bovenop door ook Doop en Avondmaal als ‘te uiterlijk’ en ‘niet door Christus gewild’ te bestempelen. Verlichting en vrijzinnigheid trokken dat door. Vandaar dat verlichtingsmensen niets meer begrijpen van besnijdenis, halal voedsel,  rozenkransen etc. En eigenlijk ook niets meer van gemeenschap. Die ontwikkeling moet teruggedraaid worden. Het uiterlijke van ons geloof moet weer volop een plaats krijgen. Dat leidt niet af van het innerlijke, maar voedt het en resoneert er mee. Ze helpen de tijd- en ruimtedimensie van God te openen. Er moet meer ruimte komen voor tafels, gebedssjaals, doophemden, beweging, dans en vertrouwde aanrakingen zoals de Vredesgroet. Ook trouwens voor die o zo lichamelijk-uiterlijke ontmoeting van de ene mens met een ander. Dat bij elkaar is ook de ontwikkeling die in het midden van de Protestantse kerk al jaren aan de gang is.

Benjamins’ voorstel sluit aan bij die ontwikkeling en trekt daar een consequentie uit: de ‘tafel’ heeft voorrang. In de kerkdienst zou je dat uitgangspunt gestalte kunnen geven door de gebruikelijke liturgische volgorde van dienst van het Woord (Bijbellezing + preek) en dienst van de Tafel (Avondmaal) om te draaien. Zodat je eerst de ontmoeting hebt en vanuit die ontmoeting – aan tafel als het ware – de Bijbel gaat lezen. Ik ga het eens proberen en ben benieuwd wat dat uit maakt.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: