Liberale islam? What’s in a name?

Het is helemaal niet zo simpel om te spreken over een liberale islam, want de werkelijkheid is niet zo zwart-wit, aldus islamoloog Anne Dijk.

Anne DijkAnne Dijk is religiewetenschapper, islamoloog en islamitisch theoloog met een specialisatie in autoriteitsstructuren. Dijk is oprichter en directeur van Fahm Instituut, adviseur op het gebied van islam en sociale vraagstukken en docent van diverse Fahm cursussen.

 

Het artikel van Gé Speelman gaat over de ‘liberale islam’, waarin zij duidelijk stelt: deze bestaat al. De termen liberaal, progressief en kritisch worden door elkaar heen gebruikt. Ook wordt het bijdragen aan moderne seculiere natiestaten en acceptatie van homorechten genoemd. Dat alles tegenover traditionele exegese en patriarchaal gedrag. Aan het eind van haar artikel problematiseert zij de term, want “Als ‘liberaal zijn’ betekent dat de ervaring van de moderne enkeling het centrale uitlegprincipe wordt, .. zullen veel moslim hervormers aarzelen zich ‘liberaal’ te noemen.”

Mohamed Ajouaou begint zijn betoog, echter zonder uitleg voor de andere term, vanuit het genre ‘hervormingsdenkers’. Dit dekt voor mij beter de lading, maar hij suggereert hiermee dat de termen ‘hervormingsdenkers’ en ‘liberale islam’ synoniemen zijn.

De fijngevoeligheid van labels
De kern waar het volgens mij om gaat is het vermogen om problematische ideologische teksten kritisch te kunnen beschouwen. Op het eind zegt hij wel ‘Leidt hervorming op de ideologische dimensie van de islam tot een liberale islam? Ja. Maar dat zegt nog niets over de andere dimensies. Ik kan fervent moskeeganger zijn en ritualistisch ingesteld zijn en toch liberaal of seculier’.

En dit is precies waar ik in mijn reactie op in wil gaan: de fijngevoeligheid van labels. Labels waar elk mens behoefte aan heeft om dingen te kunnen begrijpen en te kunnen plaatsen in deze toch al ingewikkelde wereld. Hiermee houden we echter (soms onbedoeld) bepaalde beelden in stand.

Het problematiseren van termen licht ik toe aan de hand van praktijkvoorbeelden en de effecten die een label kunnen hebben op beeldvorming. Zeg maar als ‘hermeneutische sleutel’ (prachtig woord!). Labeling staat niet los van, maar krijgt altijd betekenis in een context. Het perspectief van de Westerse niet-moslims is soms nog vanuit koloniaal oogpunt. Dat maakt dat menig moslim, hoe westers die ook is, zich vaak niet kan vinden in bepaalde labels.

islam1

Liberaal?
Het woord liberaal krijgt doorgaans de connotatie ‘dat je het niet zo nauw neemt met de regeltjes’. Liberale islam is over het algemeen een geïndividualiseerde islam die de nadruk legt op autonomie, los van religieuze autoriteiten. De focus wordt gericht op de strijd tegen religieuze onderdrukking binnen de islam, en op maatschappelijk niveau is er vooral aandacht voor vrijheid van het individu. Verder wordt islam een privéaangelegenheid.

En dit terwijl de genoemde moslimdenkers het heel nauw nemen met de regels en daarom dus juist vinden dat de ongewenste interpretaties van de shari’a geherinterpreteerd mogen worden ten behoeve van spiritueel dekkende naleving van die regels in de samenleving. Deze zogenaamd progressieve of liberale moslimdenkers houden zich meer aan de shari’a dan menig salafist. Sommigen zijn de meest fundamentalistische halal-biologisch verantwoordelijke mensen, die gelatine en niet-biologisch vlees strikt vermijden. Moslims die zich op ethisch vlak uitmuntend houden aan gepaste gedragscodes. Deze mensen voelen zich intens elk uur van de dag verbonden met de religie. Liberaal als in ‘losgemaakt van’, komt voor hen echt niet als label naar boven.

Het is voor menig moslim dus niet: óf je kijkt vanuit traditie óf vanuit de wereld. Nee, het oordeelsvermogen van de geleerde zit juist ín die continue wisselwerking tussen het heilige schrift en de traditie en de wereld die continu verandert. Dit is dus een proces dat altijd door zal blijven gaan.

Progressief?
Gelijkwaardigheid van vrouwen of mannen wordt steevast genoemd als kenmerk van een progressieve islam. Progressieve islam is echter breder. Zij focust meer op onderdrukkende sociale structuren en is kritisch over sociale, politieke en economische ongelijkheid. Religie moet alleen hervormd worden waar deze onderdrukkend is. En religie is zelf een bron van inspiratie in de strijd tegen andere onderdrukkende systemen.

Door progressief tegenover traditie te zetten ga je eraan voorbij dat juist die traditie als inspiratie dient om de gelijkwaardigheid theologisch te funderen. Ook zijn er veel traditionele moslims die zich nooit liberaal, progressief of hervormingsgezind zouden noemen (‘Islam is perfect en van alle tijden en heeft dat niet nodig’) maar die wel degelijk voor die gelijkwaardigheid van man en vrouw staan en dit meekrijgen in de wekelijkse vrijdagspreek door de ‘gewone’ imam.

islam2

Internationaal en nieuw?
In de voorgaande artikelen mis ik oog voor onze Westerse blinde vlek, te weten de beperking tot Engelstalige academische wetenschap. Speelman noemt het opvallend dat deze ‘nieuwe geluiden’ in het ‘internationale context’ opereren. Zij lijkt te suggereren dat dit wijst op onvrijheid in andere landen. Maar de reden lijkt me veel simpeler: de aangehaalde academici opereren inderdaad in internationale context, wat Engelstalige academici juist precies ook beogen. Het is onze eigen beperking, dat wij de Indonesische, Maleise, Arabische en Perzische ontwikkelingen niet zo nauw kunnen volgen.

Speelman stelt als mogelijke oorzaak dat de moslimhervormingsdenkers in de ‘Westerse’ context ‘eerder na gaan denken…’. Ik vind dit ongelukkig verwoordt, alsof het Westen zou aanzetten tot eerder nadenken. Hiermee doe je grote denkers als Abduh en de moderne Ghazali (voorbeelden onuitputtelijk) te kort. Denk ook aan de Marokkaanse (vrouwen)werkgroepen die rechtsontwikkelingen hebben bewerkstelligt, of de vrouwelijke geleerden die in Marokko op tv hun religieuze adviezen geven. Of wat Ajouaou al schreef over Tunesië. De ontwikkelingen zijn er zoveel, dat we gewoon door de bomen het bos niet meer kunnen zien.

Generaliseren
Een andere kijk op homoseksualiteit wordt eveneens een soort randvoorwaarde genoemd voor een ‘acceptabele vorm van islam’. Dit wordt ook wel ‘homonationalisme’ genoemd, en werd in 2007 door Jasbir Puar gebruikt om ‘het ideologische kader te schetsen waarmee het Westen zichzelf als exceptioneel en superieur acht – omdat hier in de afgelopen decennia homorechten snel ontwikkeld zijn. De lange geschiedenis van de strijd voor decriminalisering, legalisering en sociale acceptatie wordt zo genegeerd. De Westerse maatschappijen doen alsof homorechten inherent zijn aan hun cultuur of beschaving.

De idee dat LHBTI-rechten typerend zijn voor het Westen, is een generalisatie. Dit geldt namelijk in de Nederlandse en misschien Noordwest-Europese context, en niet een Westerse context. LHBTI-rechten zijn in de VS, maar ook Oost- en Zuid-Europa geen gemeengoed. Door het wij-zij denken worden andere overeenkomsten gebagatelliseerd en gaan de broodnodige verbinding en dialoog verloren. De aanzienlijke religieuze vrijheid en gendergelijkheid van Tunesië kan in dit narratief nooit opwegen tegen het idee dat de hele Tunesische bevolking niet unaniem homoseksualiteit accepteert. Terwijl delen van onze eigen westerse Nederlandse context (rechtsextremisme) een toenemende mate van genderongelijkheid, religieuze intolerantie en homofobie laat zien.
Ja, ook ik voel me als een vis in het water in Nederland en ben dankbaar voor de context waarin ik opgegroeid ben, maar we moeten niet romantiseren en idealiseren, vooral niet wanneer we daar een ‘negatieve ander’ tegenover zetten.

islam3

Modernisme
Speelman erkent dat het modernisme in het Westen niet zomaar is ontstaan en dat grote denkers hierbij geholpen hebben en de individuele geest ruimte kreeg. Echter kan ik niet ontkennen dat ik hier een oriëntalistisch ontwikkelingsgevoel bij krijg als je in de context van het artikel niet tegelijkertijd benoemt dat ten tijde van deze ‘ontwikkeling van denken’ het kolonialisme de ontwikkeling van denken in andere delen van de wereld heeft stopgezet omdat deze massaal werden uitgebuit en in de verdediging werden gedrukt. Wanneer je prioriteit ergens anders nodig is (in leven blijven), is het logisch dat deze individuele ontwikkeling van de vrije geest voor de brede bevolking minder prominent aanwezig is.

Tegelijkertijd moet juist ook gezegd worden dat deze modernistische ontwikkelingen in met name Arabische- en Perzische gebieden en het Indiase subcontinent, veelal in eigen talen, ook in die periode een enorme vaart heeft genomen.

Te Grijs?
Het is in mijn optiek dus nooit óf-óf, maar én-én. Het is niet zwart-wit, maar heel veel grijs. Het is niet wij-zij, maar internationale verbanden en kruisbestuiving zijn niet te ontkennen noch te onderschatten. Religie en de ideologische facetten daarvan staan niet los van de directe politieke context. Juist dat laat zien dat religie altijd al in directe relatie met de wereld stond en waarschijnlijk altijd staat. En ook dat proces is geen eenrichtingsverkeer, maar een continu proces van wederkerigheid.

Het wordt tijd dat we ons afvragen; voor wie is die labeling eigenlijk nodig? Welk doel dient labeling? Stelt het de burger gerust als men zich liberaal noemt? En hoe zouden mensen zichzelf labelen? Voorbij het hokjes denken – of toch liever terug naar de verzuiling?

 

Verder lezen:

  • Hourani, Arabic Thought in the Liberal Age, Cambridge
  • Ali Rahnema, Pioneers of Islamic Revival, Studies in Islamic Societies
  • Donohue & Esposito, Islam in Transition, Oxford
  • Amin, The New Woman
  • Kurzman, Modernist Islam 1840-1940, Oxford
  • Smith, Islam in Modern History, Princeton
  • Suha Taji-Farouki & Baseer Nafi, Islamic Thought in the Twentieth Century, IB Tauris

Download hier het artikel als PDF

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: