Een vrijzinnige blik op het Nederlandse racismedebat

Toen ik 9 of 10 jaar oud was, nam mijn vader me mee naar een minstrel show. Minstrels waren een populaire vorm van vermaak in de VS in de 19e en vroege 20e eeuw, maar in de jaren vijftig, toen ik zo’n show zag, liepen ze op hun laatste benen. Minstrels bestonden uit komische schetsen en muzikale optredens, bijna volledig uitgevoerd door witte mensen in ‘blackface’ die zwarte mensen in negatieve en vernederende stereotypen afbeeldden. Ook al zijn de minstrel shows allang verdwenen, de stereotypen die zij propageerden zijn diep in de Amerikaanse cultuur ingebed. Ze hebben volop bijgedragen aan de erfenis van het systemische racisme dat de Amerikaanse samenleving vandaag de dag nog steeds teistert.

17_11_19 AVF InPl headshots Elephantman

Paul Rasor was directeur van het Center for the Study of Religious Freedom van het Virginia Wesleyan College in de VS. Als jurist en theoloog werkte hij meer dan 25 jaar als hoogleraar recht en religiewetenschappen bij verschillende Amerikaanse universiteiten. Van 2015 tot 2017 bekleedde hij het Gerard van der Leeuw Fellowship aan de faculteit godgeleerdheid en godsdienstwetenschap en was hij visiting professor aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij woont in Amsterdam.

Download hier het gehele artikel

Zwarte Piet

Meer dan een halve eeuw later, in 2012, zag ik in Nederland voor het eerst op tv de komst van Sinterklaas met Zwarte Piet, die door een zwart gegrimeerde witte acteur werd gespeeld. Het was een personage dat rechtstreeks uit de Amerikaanse minstrel-traditie leek te komen. Vanuit mijn Amerikaanse perspectief zag ik meteen dat dit een racistisch stereotype was, en het verbaasde me om het hier te zien. Nederland, zo leerde ik op dat moment, had zijn eigen raciale kwesties. Zwarte Piet was mijn eerste les, maar anderen voorbeelden volgden al snel.

Het racisme gaat natuurlijk over meer dan stereotypen. Het gaat over de ongelijke verdeling van middelen en kansen. Het gaat over lagere gemiddelde inkomens en vermogens onder niet-witte mensen of mensen van niet-westerse afkomst. Het gaat over hogere afwijzingspercentages voor sollicitaties en hypotheekaanvragen. Het gaat over een gedifferentieerde behandeling van niet-witte mensen door politieagenten en andere gezagsdragers. Het gaat over de uiteenlopende gevolgen van de Covid-19-crisis. Zo ziet het systemische racisme eruit. En het zijn deze zaken, naast andere, die deel uit maken van het systemische racisme dat Nederland moet tegengaan.

Vrijzinnigen ‒ daar reken ik mezelf ook toe ‒ doen vaak aan deze aanpak mee. Veel vrijzinnigen hebben hun solidariteit met Black Lives Matter en andere bewegingen voor verandering betuigd. Dit is een uiting van onze vrijzinnige principes en waarden, en die past bij onze algemeen vooruitstrevende maatschappelijke opvattingen. Maar hoezeer we ook met elkaar overeenstemmen, we moeten niet vergeten dat we overwegend wit zijn, hoogopgeleid en relatief bevoorrecht. Deze realiteit roept een aantal belangrijke vragen op en daagt veel van onze vrijzinnige veronderstellingen uit.

Autonomie

Eén vraag heeft te maken met de vrijzinnige nadruk op individuele autonomie. Dat is een erfenis van de Verlichting en leidde ertoe dat vrijzinnigen het externe gezag van de kerk verwierpen en in plaats daarvan vertrouwden op hun eigen oordeel over religieuze waarheidsclaims. Tegelijkertijd droeg dit echter bij aan een geremde kijk op gemeenschap. Voor vrijzinnigen is het soms moeilijk in te zien dat we altijd sociale wezens zijn, dat onze identiteiten in bepaalde sociale en culturele contexten worden gevormd. Omdat witte vrijzinnigen bovendien een relatief geprivilegieerde positie innemen in de Nederlandse (en Amerikaanse) samenleving, is het voor ons makkelijk om het feit te missen dat autonomie een teken van privilege is. Mensen die lijden aan racisme, armoede en andere vormen van structurele onderdrukking hebben veel minder autonomie, veel minder ruimte voor individuele keuze en actie.

De vrijzinnige ambivalentie betreffende gemeenschap belemmert onze inspanningen om antiracistisch te worden. Vrijzinnigen willen wel inclusieve gemeenschappen bouwen, maar vaak zonder iets op te geven, zonder de barrières af te breken die we om ons heen in naam van de individuele autonomie oprichten. Deze angst voor gemeenschap wordt dus versterkt door vrijzinnige idealen zoals autonomie en zelfredzaamheid, en kan zelfs uitgroeien tot angst voor het anders-zijn.

Pluralisme

Een andere uitdaging heeft betrekking op het vrijzinnige begrip van pluralisme. Religieuze vrijzinnigheid bevat vandaag de dag een enorme theologische diversiteit. Dit interne pluralisme kan verwarrend zijn, maar biedt op zijn best een basis voor wederzijdse verrijking en helpt een sfeer van gastvrijheid te creëren. De uitdaging is om deze vrijzinnige pluralistische theologie uit te breiden naar de maatschappelijke context. De Nederlandse samenleving is al multicultureel en multiraciaal, en wordt dat steeds meer. Het CBS voorspelt dat in 2050 tot 40% van de Nederlandse bevolking een immigratieachtergrond zal hebben. Dit wijst op de urgentie om het structurele racisme in de Nederlandse samenleving aan te pakken. We moeten manieren vinden om een multiculturele samenleving op te bouwen die de intrinsieke waarde en waardigheid van alle leden erkent. Dit vraagt erom dat de structurele belemmeringen voor economische en sociale rechtvaardigheid moeten worden verwijderd.

Identiteit

Sommigen vrezen dat multiculturalisme tot een verzwakking van de Nederlandse identiteit kan leiden. Deze angst lijkt me een belangrijke factor in het opgeven van het multiculturele beleid aan het eind van de jaren negentig en het begin van deze eeuw. De vrijzinnige theologie laat ons echter zien dat pluralisme niet betekent dat we onze kernwaarden moeten opgeven. Dat vereist een betrokken pluralisme, een pluralisme dat actief zoekt naar wederzijds begrip over de grenzen van waargenomen verschillen heen. Dit soort geëngageerd pluralisme laat zien dat onderlinge verschillen niet ten koste gaan van gedeelde kernwaarden . Het is geen of/of keuze. In feite vormen liberale democratische kernwaarden als tolerantie, sociale en politieke gelijkheid, de intrinsieke waardigheid van alle mensen en vrijheid van godsdienst of overtuiging de basis voor dit soort betrokkenheid. Geëngageerd pluralisme kan de samenleving in de richting van gastvrijheid en verwelkoming helpen bewegen, in plaats van vijandigheid en angst.

Spiritueel

Ten slotte ook dit. We moeten onze aandacht richten op de spirituele dimensies van het racisme. Om dit te doen moeten we racisme niet alleen als een kwestie van institutionele structuren en ongelijkheid in sociale macht zien, maar ook als een diepgeworteld kwaad. Het is een ‘macht’ in de bijbelse zin, een onpersoonlijke spirituele kracht die ons scheidt van het goede dat we nastreven. Dit betekent niet dat we het moeten zien als een bovennatuurlijke demon of iets dergelijks. Racisme is natuurlijk een culturele constructie, de uitvinding van mensen in specifieke historische situaties en sociale omstandigheden. Omdat het geconstrueerd is, kan het gedeconstrueerd worden. Maar als we het slechts benaderen als een menselijke constructie en niets meer, gaan we voorbij aan zijn diepgaande macht over ons. Racisme, eenmaal losgelaten op de wereld, gaat een eigen leven leiden. Evenals andere culturele en institutionele structuren houdt het uiteindelijk zichzelf in stand. Het sluipt naar binnen ondanks onze beste pogingen het te blokkeren, het vreet onze harten weg, holt ons vermogen uit om gemeenschap te vormen. Wanneer we deze spirituele dimensies van racisme erkennen, beginnen we ruimte te maken voor genezing en voor een uitgebreide gemeenschap die gebaseerd is op liefde en gerechtigheid.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

<span>%d</span> bloggers liken dit: