De kerk kan prima zonder Israëltheologie

Hoe verhouden liberale theologen zich tot Israël? Een beladen discussie waarin vaagheden, misverstanden en schuldgevoelens een grote rol spelen. Zonder iets af te doen aan het jodendom, vraagt Jan Offringa zich af of Israël wel een speciale positie moet innemen in de christelijke theologie. Want daarvoor ziet hij geen goede reden.

Foto_ds_Jan_Offringa
Jan Offringa is predikant van de Protestantse gemeente te Wijk bij Duurstede en hoofdredacteur van de website www.liberaalchristendom.nl

Download de hele tekst hier als PDF


Christenen kijken met bijzondere aandacht naar Israël. Dat bleek onlangs weer eens toen de Verenigde Staten besloten hun ambassade te verplaatsen van Tel Aviv naar Jeruzalem. Met name onder evangelicale gelovigen werd dit gezien als een voorbode van de eindtijd. Daarin voltooit God zijn plannen met deze wereld en zou het herrezen Israël een speciale rol spelen. Ook binnen de Protestantse Kerk in Nederland is de relatie tot Israël een onderwerp dat volop ter discussie staat. Er zijn groepen die zich sterk verbonden weten met het ‘uitverkoren volk’, terwijl anderen juist meer afstand bepleiten. Dat laatste wordt dikwijls gevoed door kritiek op de politiek van de staat Israël ten aanzien van de Palestijnen.

Welke positie nemen liberale theologen in ten aanzien van Israël? Als auteurs van Liberaal christendom worden we daar regelmatig op aangesproken. Dit boek, dat uitkwam in 2016, kent geen apart hoofdstuk over het jodendom en evenmin over de islam. Ons doel was niet een complete theologie te schrijven en andere thema’s vonden we belangrijker. Op de achtergrond speelde mee dat de kerk wat ons betreft prima zonder Israëltheologie kan. Die gedachte zal ik hier uitwerken. Er is geen goede reden Israël een aparte plek in de christelijke theologie te geven.

In gangbare discussies op het terrein van Kerk & Israël blijft vaak onduidelijk welke lading ‘Israël’ moet dekken. Gaat het om het Oude Testament, met ook de latere literaire tradities van Misjna en Talmoed? Doelt iemand op het religieuze jodendom zoals dat al eeuwenlang vorm krijgt in en om de synagoge? Hebben we het over het ‘volk’ Israël, zoals de kerkorde van de Protestantse Kerk aangeeft, en welke rol spelen land, staat en politiek dan? Zulke voorvragen kan ik hier grotendeels laten rusten. Want als Israël inderdaad geen aparte rol hoeft te spelen in de christelijke theologie, en evenmin in de kerkorde van een kerk, zijn ze niet echt van belang.

Mijn positie

Waar sta ik zelf? Tijdens de studie theologie ben ik gevoelig geworden voor het anti-judaïsme dat sterk aanwezig was en is in kerk en theologie. Het jodendom is voor mij alles behalve een minderwaardige godsdienst. Net als de meeste andere religies verdient het een onbedreigde plek onder de zon. Ik heb grote belangstelling voor de leefwereld van Jezus en zijn plek binnen het heterogene jodendom van toen. Ook probeer ik me te verstaan met kritiek van joodse huize op bijvoorbeeld de bijbeluitleg, messiasclaim of dogmavorming van het christendom. Verder draag ik de dialoog tussen joden en christenen een warm hart toe, onder andere omdat ze zich deels met dezelfde teksten bezighouden en hun uitlegtradities sterk verwant zijn. Over en weer valt er veel te leren.

Ik bepleit echter geen ‘verjoodsing’ van het christendom. Die behoefte kom ik bijvoorbeeld tegen onder theologen als ze voorstellen de Thora ook in het christendom een centrale plek te geven. Of als ze beweren dat het pas goed komt met de kerk als zij weer terugkeert naar haar joodse wortels. Dikwijls gaat daarachter de gedachte schuil dat een van oorsprong onbezoedeld joods-christelijk evangelie later in de verkeerde handen viel van het Griekse denken. Dat is een misvatting, want zo’n heldere scheiding tussen Joods en Grieks is niet te verdedigen. In de persoon van Paulus, waarschijnlijk de oudste schrijver in het Nieuwe Testament, zijn die werelden al niet meer te ontwarren. En ook in eerdere geschriften ‒ oudtestamentisch of deuterocanoniek ‒ zijn de sporen van het hellenisme al volop aanwezig. Vernieuwing zoek ik liever in liberalisering dan in ‘verjoodsing’ van het christendom.

Naast een theologische is ook een politieke positiebepaling vandaag de dag verhelderend. Ik kijk uit naar een rechtvaardige en vreedzame oplossing in Israël voor Joden en Palestijnen, gebaseerd op wederzijdse erkenning. Die erkenning is een sleutelwoord in onze liberale theologie. Beide volken wens ik een eigen staat toe op dat deel van het land dat hun toekomt. Waar ik niet in meega, is het toekennen van een religieuze betekenis aan de staat Israël, als zou dit de inlossing zijn van een goddelijk belofte van ruim twee millennia geleden. Verder dient de politiek van Israël ‒ evenals die van de Palestijnen ‒ beoordeeld te worden naar internationale maatstaven van gerechtigheid en humaniteit, niet meer en niet minder. Dus net als andere staten moet Israël daarop aangesproken kunnen worden, zonder dat er meer (vanwege de kennis van de Thora) of minder (vanwege het drama van de Shoa) wordt verwacht.

Herkenning

Uit reacties blijkt dat onze liberale theologie op meerdere momenten herkenning oproept bij mensen met interesse voor het jodendom. Dat zit bijvoorbeeld in de omgang met de Bijbel. Als in Liberaal christendom de bijbellezer wordt uitgetekend als iemand die deelneemt aan een doorlopend gesprek van stem en tegenstem waarin ook onze stem volop mag meedoen, proeft menigeen daarin de sfeer van het joodse leerhuis. Ook is onze terughoudendheid ten aanzien van concrete kennis en beeldvorming van God schatplichtig aan joodse denkers. En als in onze liberale incarnatietheologie wordt benadrukt dat het aan mensen is om God te laten bestaan en handen en voeten te geven, is er ongetwijfeld verwantschap met de nadruk op het concrete leven zoals die sterk aanwezig is in de joodse traditie. Verder is het voor ons zonneklaar dat de historische Jezus een joodse man was. Toch moet ook gezegd worden dat er iets verandert als niet alleen binnen maar ook buiten het jodendom mensen van hem beginnen te getuigen dat Hij de Christus is. Dan ontstaat er een nieuwe beweging die eerdere grenzen overstijgt en meer dan ooit een universeel karakter krijgt.

Dat laatste maakt duidelijk waarom herkenning en verwantschap geen voldoende reden zijn om Israël een aparte plek te geven in een al dan niet liberale theologie. Je kunt je afvragen waar die behoefte vandaan komt. Het heeft ongetwijfeld te maken met gevoelens van diepe schuld en schaamte bij een pijnlijk verleden. Kerken dienen hun aandeel daarin onder ogen te zien en te aanvaarden. Dat verplicht hen echter niet hun theologische oriëntatie nu met name in het jodendom te zoeken, alsof dat een compensatie is waar joden om vragen of op zitten te wachten. Ze hebben genoeg ellende beleefd aan eerdere christelijke bemoeienis. Ook aan een positieve inkadering – ‘kijk eens, jullie doen mee in onze verwachting van de eindtijd’ ‒ zal weinig behoefte zijn. Vooral niet als blijkt dat het daarin uiteindelijk om een bekeerd jodendom gaat dat alsnog de wedergekomen Jezus als messias gaat erkennen. Zou er van joodse zijde niet meer dan ooit behoefte zijn aan respect en rust? Ook omdat men al te goed weet hoe uitwisselbaar antisemitisme en filosemitisme zijn.

Verschil

Zo’n aparte plek voor Israël is theologisch gezien niet alleen onnodig maar ook dubieus. Het suggereert een onderlinge afhankelijkheid die er niet (meer) is. Want het christendom is weliswaar uit het jodendom voortgekomen, maar geen voortzetting daarvan. Dat is onder andere terug te vinden bij nieuwtestamenticus Geurt Henk van Kooten. In Paulus en de kosmos (2002) laat hij overtuigend zien dat het christendom een synthese is van een hellenistische vorm van jodendom met de wereld van het Grieks-Romeinse denken. Het is dus niet ‘jodendom voor iedereen’, alsof de enige verandering is dat na Christus ook niet-joden mogen meedoen in het naleven van de Thora. Integendeel, het christendom meent in de lijn van Paulus dat de Thora zijn dominante plek is kwijtgeraakt. Die wordt nu ingenomen door de persoon van Jezus. Voor christenen, voortgekomen uit zowel joden als niet-joden, loopt het lijntje naar God via hem.

Het christendom staat dus op zichzelf en is een ander geloof geworden, met een groeiend aantal niet-joden als nieuwe volgelingen. In De God van Galilea (2018, p.80) maakt Bart Ehrman op zijn manier duidelijk dat destijds voor buitenstaanders een overstap naar het christendom zowel ingewikkelder als minder ingewikkeld was dan die naar het jodendom. Enerzijds was het makkelijker, want deze buitenstaanders hoefden niet de voorschriften van de Thora te gaan volgen, zoals die rond de besnijdenis en koosjere spijswetten. Anderzijds was het moeilijker, want zij moesten niet alleen geloven dat de God van Israël de enige god was, maar ook dat zijn zoon Jezus tot heil van allen was omgebracht en uit de dood was opgewekt. Die nieuwe boodschap vonden veel joden destijds niet aannemelijk en kan de synagoge nog altijd niet overtuigen. In plaats van zich daarover te verbazen of op te winden, zoals ze eeuwen gedaan heeft, kan de kerk beter proberen dit te respecteren. Er leven nu twee verschillende geloven naast elkaar.

Paulus

Hoe zit dat echter met het heilsplan van God, zoals dat in de christelijke traditie ter sprake komt? Laat de Bijbel niet zien dat Israël daarin een eigen plek heeft? Daarover bestaat in het Nieuwe Testament geen eenduidigheid. In Romeinen 9-11 ontvouwt Paulus hierover enkele bijzondere gedachten. Bij hem krijgt Israël inderdaad een plek in het heilsplan van God zoals dat zich op korte termijn zou voltrekken. Kort gezegd komt het er op neer dat God zijn volk niet voorgoed heeft gepasseerd of verstoten. Na een tijdelijke verblinding, die gebruikt wordt om niet-joden voor het evangelie te winnen, zal ook Israël gered worden. Op die manier ‒ kun je zeggen ‒ probeert Paulus het oude godsvolk binnen boord te houden.

Veel orthodoxe theologen volgen hem daarin. Liberale theologen zijn minder volgzaam. Want er zijn geen goede redenen om de gedachten van Paulus te verheffen tot een breed gedragen bijbelse visie. Integendeel, het gaat om een verwachting die je bij andere auteurs in het Nieuwe Testament niet tegenkomt. Ondertussen leven we twintig eeuwen later en  moeten we in alle eerlijkheid constateren dat het anders is gelopen. De eindtijd, die Paulus in de nabije toekomst verwachtte, is niet gekomen. Voor de kerk en haar theologen is dit een bijzonder lastige kwestie die om een herbezinning in niet-historische zin vraagt.

Om te beginnen is het goed onder ogen te zien dat je op Romeinen 9-11 geen Israëltheologie kunt bouwen. En ook getuigt het van moed om het apocalyptische denkraam van Paulus los te laten. Want hoe hard christenen ook kunnen roepen, de kans is gering dat de eindtijd op handen is. En de stichting van de staat Israël in 1948 is dus ook geen voorbode. Een liberale theologie zal ervoor pleiten op niet-apocalyptische wijze na te denken over het heil en de toekomst van God. Zo’n herbezinning doet er goed aan Israël niet theologisch in te kapselen of met grote verwachtingen te omringen.

Uitverkoren volk

Een verwante kwestie is die van het ‘uitverkoren volk’. Rechtvaardigt die status geen aparte plek voor Israël in het christelijke denken? Of onderschrijven we als liberale theologen een vervangingstheologie waarin de kerk de plek van Israël heeft overgenomen? Dat laatste is geenszins het geval. Wat ons betreft is helder dat elke claim om ‘uitverkoren volk’ te zijn, of die nu door joden of christenen gekoesterd wordt, ongeloofwaardig is geworden. Het gaat om een religieuze constructie waar het eigenbelang van afspat. Binnen het jodendom zelf, bijvoorbeeld in een bijbelboek als Jona, klinkt hierop al de nodige kritiek. ‘Uitverkoren zijn’ leidt gemakkelijk tot onterechte superioriteitsgevoelens. Ook de kerk weet daar alles van. Hoogstens zijn we uitverkoren tot dienstbaarheid aan de ander.

Van de claim uitverkoren te zijn is bekend dat die als identity builder goed werkt voor de samenhang in een gemeenschap (‘wij zijn het’). Probleem is dat anderen niet of nauwelijks mogen meedoen, verworpen zijn of op het tweede plan staan. Als liberale theologen met een postmoderne inslag zullen we zo’n claim graag deconstrueren. Want die claim staat onderlinge erkenning, een sleutelbegrip in ons denken, in de weg. Zo’n constructie moet dus worden opengebroken zodat die haar exclusiviteit verliest. Hoe hard het ook her en der geroepen wordt ‒ er zijn geen uitverkoren volken. Of we zijn het allemaal tegelijk!

Oude Testament

Er is dus geen goede reden Israël een aparte plek te geven in de christelijke theologie. En evenmin is er een goede reden het christendom te ‘verjoodsen’.  Zo zou de kerk niet meer over een ‘oud testament’ mogen spreken. Theologisch gezien is dit geen enkel probleem. Als ze het niet denigrerend bedoelt, kan de kerk dat zonder gêne blijven doen. Het is juist niet verstandig mee te gaan in de joodse aanduiding Tenach (Hebreeuwse samenstelling van de eerste letters van wet, profeten en geschriften) en de daarin aangegeven volgorde van boeken. Laat staan dat de kerk ‒ ter relativering van het Nieuwe Testament ‒ de suggestie overneemt dat het evangelie, na de profeten en de geschriften, een derde schil om de dominante kern van de Thora zou zijn. Dat is nooit zo geweest in het christendom en moet ook niet veranderen.

Historisch is hier van belang dat in de tijd van Jezus en zijn eerste volgelingen Tenach nog niet definitief gevormd was. Dat proces is in joodse kring pas voltooid in de tweede eeuw na Christus. Canonvorming diende er ondermeer toe ongewenste geschriften buitenboord te houden. Zo richtte Tenach zich bijvoorbeeld tegen gnostische en apocalyptische groepen. Tegelijk heeft de opzet van deze joodse canon een antichristelijke inslag. Die opzet moest tegenwicht bieden aan de visie van Jezus’ volgelingen dat Hij als messias boven de Thora stond, aldus Johan Negenman (De wording van het woord, 1986, p. 253). Over deze dingen zijn destijds pittige debatten gevoerd. En op zich is zo’n kritische houding van joodse zijde niet onbegrijpelijk. Christenen konden (en kunnen nog steeds) het Oude Testament lezen als één grote aankondiging van Jezus. Dat zo’n lezing dubieuze kanten heeft, veronderstel ik hier als bekend. Anderzijds is het ook weer begrijpelijk en zeker niet verwerpelijk dat christenen zich het Oude Testament gingen toeëigenen met eigen interpretaties. Het was en is ook hun boek.

Jezus

Historisch gezien is het vrij duidelijk: de eerste christenen lazen de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament die de ons bekende volgorde van boeken kent. En de kerk kan goede redenen hebben om dan niet de Thora maar bijvoorbeeld de profetische boeken of de psalmen als kern of hoogtepunt van het Oude Testament te zien. Want volgens de evangelisten beriep Jezus zich bij zijn eerste openbare optreden graag op woorden van de profeet Jesaja. En Hij zou gestorven zijn met de psalmen (22, 31) op zijn lippen. Je kunt in Jezus dus wel een nieuwe wetgever als Mozes zien, zoals Matteüs lijkt te doen. Maar met even veel recht plaatst iemand hem vooral in de poëtische en profetische traditie van Israël. Daarin ligt de nadruk meer op de Geest die een mens inspireert en boven zichzelf uittilt tot een leven ten dienste van God en de naaste.

De joodse traditie verdient dus alle eer als voedingsbodem en verstaanshorizon voor Jezus, maar dat is wat anders dan een status aparte. Het christendom moet het jodendom niet verheerlijken en zichzelf gaan ‘verjoodsen’. Voor de kerk is ‘terug naar de Thora’ zowel een onbegaanbare als een onaantrekkelijke weg. Wie leest om welke geringe reden iemand volgens de Wet van Mozes de doodstraf zou moeten krijgen, is daar snel van doordrongen. En herinvoering van de besnijdenis zou bij menig man op bezwaren stuiten. Er is geen weg terug. Het christendom heeft op basis van het Nieuwe Testament en in het bijzonder het optreden van Jezus z’n eigen morele richtlijnen ontwikkeld en daarbij belangrijke aanvullingen en correcties op het Oude Testament doorgevoerd.

Kerkorde

Voor zover ik weet, doet het jodendom niet aan ‘kerktheologie’. Op zijn beurt kan het christendom prima zonder Israëltheologie. Ongetwijfeld komt dat de onderlinge verhouding en het wederzijds respect ten goede. Dit betekent voor de Protestantse Kerk dat ze haar toch al vage kerkordeartikel kan schrappen. Daar zou ik voor zijn. Een beter voorstel is misschien om dit artikel uit te breiden en te concretiseren. Dan kan de kerk aangeven zich niet alleen met de joodse maar ook met andere religieuze tradities verbonden te weten. Daarmee laat zij de strijdbijl tussen de godsdiensten uit haar handen vallen, in de hoop die ooit samen voorgoed te begraven. En als concrete invulling kan de kerk zich verbinden aan een onopgeefbare strijd tegen antisemitisme en elke vorm van discriminatie op grond van ras en geloof. Zowel in eigen huis als wereldwijd.

 

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: