Winnende preek: ‘God, breng de zondaars om’

Predikant Piet van Veldhuizen schreef de beste theologische preek, bij psalm 139.

‘God, breng de zondaars om!’
‘Ik haat ze zo fel als ik haten kan’

Dat zijn griezelige kreten in een heilig boek, in een religieus lied, in een samenkomst van gelovigen. Het is gelukkig een gebed, kun je zeggen. Een oproep was erger geweest: ‘Strijders, breng de zondaars om!’ Maar toch – een gebed kan mensen ook op gedachten brengen, en zeg nou zelf, als je het voorleest, spat de haat en de hartgrondigheid er vanaf. Je moet er niet aan denken dat zulke woorden zouden klinken in een activistische setting of op een zendingsbijeenkomst. Dan zou het haatzaaien zijn. Dan zou ik een haatprediker zijn.

Wat doen die driftige woorden daar eigenlijk, zomaar opeens in zo’n prachtig lied? De hele rest van het lied ademt een sfeer van verstilling, verwondering, bescheidenheid, overgave. En dan opeens, páts, die uitbraak van heftige haat. Haat die vlak voordat het lied klaar is toch weer stilvalt en plaats maakt voor een uiting van bezonnen zelfreflectie. Wat is hier aan de hand?
Ik heb deze psalm al vaak moeten voorlezen bij uitvaarten. Tot een paar jaar geleden las ik altijd driekwart van de psalm, tot en met vers 18, vlak voordat die haatwoorden opvlammen. Dan eindigde het met ‘Als ik ontwaak, dan nog ben ik bij u’ – bij een uitvaart is dat een mooie slotregel, over ontslapen als ontwaken bij God.
Maar op een dag droegen we een man ten grave die een driftkikker was geweest. Een lieve man, maar zijn rechtsgevoel liet zijn vriendelijkheid soms opeens omslaan in razernij. Dan was er geen land met hem te bezeilen. Bij zijn afscheid las ik de hele psalm voor, en de driftbui in de psalm viel precies op zijn plek.

Sindsdien sla ik dat stuk nooit meer over. Voorheen zag ik het niet, maar het is eigenlijk zo helder: als die hele psalm ervan zingt dat God je kent en begrijpt, dat je transparant voor hem bent tot in je donkerste hoeken – dan zou het toch raar zijn als er in dat lied géén plaats zou zijn voor een driftbui? Je zou kunnen zeggen dat al die biddende zelfreflectie een veilige plaats schept waarin je éven uit kunt razen – zeker ook omdat de razernij het laatste woord niet heeft. Want de woedende mens levert zich aan het einde weer in bij God, en zegt met een zachte stem: ‘peil mij, God, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga..’ Dat is een spirituele manier om te zeggen: ‘Sorry, het moest
er écht even uit..’

Die ‘zondaars’ overigens, van ‘God, breng de zondaars om’ – in oudere vertalingen werden ze ‘goddelozen’ genoemd, maar beide begrippen wekken misverstand. De term die de dichter gebruikt in de Hebreeuwse tekst (rasja’) duidt op moedwillige valsheid. Het heeft dus niets te maken met ongelovigheid of andersgelovigheid of atheïsme, het gaat niet om religieus andersdenkenden – het gaat om mensen die alles kapotmaken terwijl ze donders goed weten dat ze dat doen. Er zijn er misschien niet eens zoveel van, maar ze helpen alles naar de bliksem. Brutaal, gewetenloos, respectloos. Mensen die schijt hebben aan hun naaste, sorry, ik kan het niet netter zeggen. Soms máákt het je ook razend.

Psalm 139 wordt aan David toegeschreven, maar ik moet bij dit lied altijd aan Johannes de Doper denken – ook zo’n driftkikker die tekeer gaat tegen de raddraaiers en de hypokrieten. Hij schreeuwt ze toe dat de bijl al klaar ligt, de rotte boom gaat om, en het kaf zal uit het koren worden gezeefd en in het vuur ermee! Johannes hoopt op Gods gezondene, de messias, als de man met de bijl en de zeef en het vuur – hij raast, maar op de bodem van zijn razernij ligt diep verlangen naar heelheid en vrede.

Die drift is echt, die haat tegen alles wat mensen kapot maakt. Maar wil je dat er geen ongelukken van komen, laat de razernij dan ingebed zijn in gebed. Met aan het eind geen disclaimer maar een afspraak met een life-coach:

‘Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt,
zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is’.

Piet van Veldhuizen
59 jaar, gemeentepredikant

Een gedachte over “Winnende preek: ‘God, breng de zondaars om’

Voeg uw reactie toe

  1. Persoonlijk heb ik veel waardering voor deze preek. Het is een bijzondere kunst om in zo weinig woorden zoveel te zeggen. De opdracht, om over dat ene vers in deze psalm te preken, kun je niet serieus nemen en dat doet Van Velthuizen dan ook niet. Je moet de hartenkreet “Breng de zondaars om,” lezen in het geheel van de psalm en dan zijn vooral de verzen die erop volgen van belang. Het zijn niet alleen de zondaars die in het nauw komen, maar ook ikzelf, die hen dood wenst. Voor beiden is maar één uitweg, zo wordt helder duidelijk in deze preek.
    Echter, mijn persoonlijke waardering heft een kleine twijfel niet op: kan een preek die zo overladen is met betekenis wel in een paar minuten opgenomen worden door luisteraars op zondagmorgen? Het ‘format’ van de wedstrijd zou de luisteraar wel in de weg kunnen zitten. Je zou de toegankelijkheid kunnen verhogen door bijvoorbeeld tussen de Schriftlezing en het zingen van de psalm al wat inleidende woorden te spreken bij wijze van ‘warming up.’ (Zoals wielrenners de dag voor de koers de route verkennen!)
    Nog een slotopmerking: Van Velthuizen duidt het begrip ‘rasja’ als ‘moedwillige valsheid.’ Dat is terecht, maar die uitleg heeft als risico dat ik er zelf niet in betrokken ben. Het kwaad is complex en mijn eigen betrokkenheid daarbij blijft altijd relevant. Nemen wij aan dat David de dichter van deze psalm is, dan is dit nog meer van betekenis.

    Maar nog een keer: dit is een bijzondere preek.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: