Spelen met een bal – over hoop als weerwoord van de Jongste Dag

Theologe Ruth Peetoom is het van harte eens met het betoog van Wouter Slob. Bij al die twitterende populistische leiders die vandaag de ondergang prediken is de hoop die de eschatologische positie kenmerkt essentieel en onmisbaar. Hoop als weerwoord van de jongste dag – dat is de toon die wat haar betreft bij alle kabaal dominant zal blijven. En die manifesteert zich in het gewone.

Ruth _Peetoom_IMG_4238

Ruth Peetoom (1967) is uitgever van het Friesch Dagblad. Daarvoor was zij partijvoorzitter van het CDA (2011-2019) en predikant in de PKN, van de Immanuelkerk in Groningen en de Nicolaïkerk in Utrecht (1999-2011). Ruth Peetoom studeerde Godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze woont in Groningen, is getrouwd en heeft drie kinderen.

De apocalyps is terug. Op allerlei manieren wordt er in de politieke arena aan gerefereerd. ‘Deze crisis, deze schemer, deze zonsondergang’, karakteriseerde Thierry Baudet de toestand van de wereld in zijn speech op de avond van de provinciale verkiezingen – nadat hij het klimaatdebat ‘duurzaamheidsafgoderij’ had genoemd ‘die niet alleen onze economie in onze totale ondergang stort, maar die ook bedoeld is om onze geest, ons zelfbewustzijn nog verder te krenken’. Hij had het al eerder explicieter gezegd: ‘Ik denk heel vaak: ik ben de laatste der Mohikanen. We leven in een eindtijd.’ En dit weekend kondigde de voorzitter van de jongerenorganisatie van het Forum voor Democratie, Freek Jansen, aan: ‘Wij gaan onze beschaving redden van de dreigende ondergang. Want wat hard lijkt voor sommigen is noodzakelijk voor ons allemaal. Wij hebben doorzettingskracht nodig, discipline, overwinningsdrang, ja, zelfs overheersingsdwang.’

Tja. Het zijn in ieder geval grote woorden. En het refereert aan oude gedachten. Dies irae, dies illa, solvet saeclum in favila – o, die dag van toorn zal de wereld in as vergaan. Allemaal nodig, voor de nieuwe tijd.

Strijd tussen goed en kwaad

Het boek Openbaring, het laatste boek van de bijbel, het visioen van Johannes van Patmos, verhaalt over de apocalyps. En over eschatologie. Over beiden. Jan Nieuwenhuis, de grote Johannes-kenner, dominicaan, schreef in zijn boek ‘Het laatste woord’ dat Openbaring in wezen gaat over een strijd die ieder mens met zichzelf en met haar of zijn wereld heeft te voeren: de strijd tussen goed en kwaad, tussen integriteit en corruptie, tussen onkreukbaarheid en ongerechtigheid. Mysterie, protestliteratuur. Openbaring is geen hoofdstuk uit een geschiedenisboek, benadrukt Nieuwenhuis: “De strijd tussen goed en kwaad wordt dag in dag uit gestreden, ook ver van Patmos, in een wereld die het tweede millennium nadert. Er is immers nog altijd verzet en er is nog altijd de stem van de hoop.”

Visioen van vrede

Openbaring eindigt daarbij natuurlijk met het visioen van vrede. Alle tranen zullen zijn afgewist. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij. ‘Alles maak ik nieuw’, zegt God – en hij zit op de troon, in de stad van vrede. Er zal niets meer zijn waarop nog een vloek rust. Dat eschatologische perspectief is, zoals Wouter Slob zegt, inderdaad vruchtbaarder dan het apocalyptische denken en een alternatief voor de apocalyptische tendens tot vergelding. En ja, het belang van die eschatologische insteek is inderdaad politiek – het goede overwint het kwade in het gewone. Populisten schetsen graag een eindtijd waar op de puinhopen van de vergelding de nieuwe toekomst wordt gebouwd, maar het visioen van vrede is gewoon geënt op verbinding – op handreikingen, op een toegeworpen lijntje, op het terugvinden van tot dan toe ontbrekende schakels, een bal die doel treft.

In de achtertuin bevinden zich
de resten van de jongste dag:
een leeg aquarium. Het rotsje
droog, de slakken opgelost,
de thermostaat gebarsten, zelfs
regen brengt geen leven meer,
maar sijpelt even snel weer weg.

Het wachten is op bovenaardse
krachten, kinderen die na het eten
spelen in de tuin, en op hun bal,
die alles wat hem rest, zijn groen
beslagen ramen, breken zal.

Het gedicht ‘De jongste dag’, van Willem Jan Otten. Het héét ‘de jongste dag’, maar de dichter zegt niets over de dag zelf – alleen over de resten ervan. En dat is maar een zielige bedoening. Zo’n rotsje. Niks meer over van de slakken. En een gebarsten thermostaat. De troosteloosheid is er niet minder om. Mocht er al water zijn, het brengt geen leven. Het sijpelt ‘even snel’ weer weg – zonde. Ultieme vergankelijkheid. De groezelige resten van de jongste dag, ze worden weggevaagd door bovenaardse krachten, door het leven zelf, door kinderen die spelen met hun bal.

Gefluister

Het bovenaardse is erkenning van de kracht van het gewone. Elia verwachtte ooit God te ontmoeten in iets overweldigends – een storm, een aardbeving of een vuur. Maar er kwam het gefluister van een zachte bries. Het suizen van een zachte koelte. Goddelijk. Zo moet het hebben gevoeld in het zinderende woestijnklimaat. Geen bazuingeschal, slechts gefluister, suizen in plaats van storm.

Hoop

De voorbeelden zijn legio – hoe de hoop zich openbaart in het gewone en steeds weer onverwacht is. Het is het weerwoord van de jongste dag. Wanneer het zich manifesteert is achteraf soms gemakkelijker aan te wijzen dan op het moment zelf – dat het niet-opstaan van Rosa Parks in de bus in 1955 uiteindelijk de aanzet zou zijn tot gelijkberechtiging van zwarte mensen in de Verenigde Staten had ze op het moment zelf niet voorzien. En ook gaan ontwikkelingen soms sneller dan gedacht – zo zat Angela Merkel bijvoorbeeld in de sauna op de avond dat de Duitse muur echt viel en wereldnieuws werd…

Het wordt wel wat

Ik vind het hoopgevend dat in deze tijd dat sommige politici pathetiek tot handelsmerk hebben verheven, waarin feiten tot fake news worden bestempeld, nuance het af lijkt te leggen tegen duidelijkheid en tegenstellingen vaak de boventoon voeren in het publiek debat, er een kentering op gang lijkt te komen. De uitslag van de Europese verkiezingen bijvoorbeeld laat een groeiende waardering voor het politieke midden zien. Als uitgever bespeur ik zelf een grotere behoefte aan kwalitatief goede journalistiek, met hoor en wederhoor en analyses die hout snijden – en zie ik journalisten die daarin hun verantwoordelijkheid nemen. En de Verklaring van Verbondenheid van Nationale Synode van 29 mei 2019 liet zien dat het besef van een gemeenschappelijke roeping bij tientallen kerk- en geloofsgemeenschappen groter is dan de behoefte aan markering van onderlinge verschillen.

Dat Koninkrijk, dat wordt wel wat. Gewoon, in de realiteit van elke dag, overal waar mensen werk maken van eschatologische hoop.

Bronnen:

Thierry Baudet, speech van 20 maart 2019 in theater Figi, Zeist, op basis van opname van de NOS, Trouw, 21 maart 2019.

Thierry Baudet in Nieuwspoort, 3 november 2017, verslaglegging via Twitter door Jaap Jansen voor BNR.

Frank Hendrickx, “Jonge aanhangers van Baudet dromen van strijd met ‘de gevestigde orde’, Volkskrant 9 juni 2019.

J. Nieuwenhuis, ‘Het laatste woord’, Kampen 1998, p.10. Het boek is geschreven in 1998, maar voor mijn rekening is dat Nieuwenhuis het vandaag de dag niet anders zou zeggen gezien zijn recente boek ‘Bij tij en ontij’, dat hij op 94-jarige leeftijd in januari van dit jaar publiceerde.

Willem Jan Otten, ‘Het laatste oordeel’, uit Het ruim, Querido 1976

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: