‘Wordt het nog wat met het Koninkrijk?’

Wordt het tijd om het ouderwetse Eindtijddenken af te schaffen? Of is er een alternatief voor de vergelding en het cynisme dat kenmerkend is voor de apocalyps? Misschien vraagt het nieuwe eschatologische denken wel om maatschappelijk en politiek engagement, aldus prof. dr. Wouter Slob.

Eindtijdsverwachting als apocalyps of eschaton

wouter slob

Wouter Slob is bijzonder hoogleraar vanwege de Stichting Bijzondere Leerstoel Protestantse ­Theologie op de leerstoel ‘Protestantse Kerk, Theologie en Cultuur’ en predikant van de protestantse gemeente Zuidlaren. Hij is een van de drijvende krachten achter Liberaal christendom.

Download het artikel hier als pdf

Bij het plannen van de vakantie houden we er doorgaans weinig rekening mee: de wederkomst van Christus. De aanvankelijke verwachting dat het ieder moment kon gebeuren (‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven …’ Marcus 9: 1), moest al in de Bijbel zelf worden genuanceerd (‘Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken’, Mattheüs 24: 36). Na zo’n twintig eeuwen moet worden vastgesteld dat het nog altijd niet is geschied. Wordt het nog wat met dat Koninkrijk? We lijken er maar nauwelijks mee te leven.

Beter afschaffen dan maar, die wederkomstverwachting? In de seculiere wereld breek je sowieso geen potten met aangetoonde flauwekul (niemand ‘hier aanwezig’ heeft het koninkrijk zien komen), maar ook in de kerkelijke wereld wordt de toekomstvoorspelling met de nodige omzichtigheid omgeven.

Natuurlijk zijn ze er wel, eindtijdverwachters.  De baptist Orlando Bottenbley verwacht, ‘als ik gezond blijf,’ het nog wel mee te zullen maken. Zijn de ‘tekenen des tijds’ niet duidelijk in de ‘explosieve toename van oorlogen en natuurrampen,’ en is niet aan de voorwaarden voldaan om de eindtijd mogelijk te maken? Alsof de heilsgeschiedenis een treinreis is die een bepaald traject moet volgen en onderhand de eindbestemming nadert. De belofte van God wordt daarmee als voldongen feit gezien die we binnenkort zullen bereiken. De essentie van een belofte is echter, hoe dan ook, dat het juist géén voldongen feit is. We wandelen eerder aan Gods hand de toekomst tegemoet, dan dat we in een voortboemelende Heils-express zitten.

Het concrete leven

Maar zou de eindtijdsverwachting in het concrete geloofsleven niet betekenisvol kunnen zijn? Als de wederkomst ieder moment kan geschieden, duldt het doen van gerechtigheid geen uitstel. Zo’n argument lijkt op Heideggers Sein-zum-Tode; de gedachte dat de eindigheid van het leven een voorwaarde voor haar geleefde betekenis is. Want als het leven eindeloos zou zijn, dan konden alle beslissingen oneindig vooruitgeschoven worden. Alleen de eindigheid verleent verantwoordelijkheid haar urgentie.

De eindtijdverwachting heeft concrete betekenis in het geleefde leven. En precies op dat punt lijkt er een herwaardering gaande. In het denken over de veiligheidspolitiek breekt deskundige Beatrice de Graaf (Heilige Strijd) een lans voor een eschatologisch perspectief en hanteert soortgelijke argumenten als de Amerikaanse theoloog Charles Mathewes (The Republic of Grace). Uit liberaal-christelijke hoek zit ook Theo Hobson (Theo Hobsons Gelovig Humanisme) op dit spoor. De nadruk ligt daarbij niet op allerlei apocalyptische onheilsvoorspellingen, maar juist op de eschatologische belofte. In de christelijke traditie zijn deze twee eindtijdsverwachtingen van apocalyps en eschaton niet zelden dicht bij elkaar gedacht: het oude moest voorbij gaan om plaats te maken voor het nieuwe. Maar er is reden om ze uit elkaar te halen: hoop.

De apocalyptische dreiging

De Graaf en Mathewes signaleren dat onze tijd gebukt gaat onder angst. Dat het ‘allemaal minder wordt domi’ is wel het minste. In de regel worden we geconfronteerd met de meest schrikbarende doemscenario’s. Van moslim-tsunami’s tot zeespiegelstijgingen, van rode vleeswaren tot fijnstof, van monetaire catastrofes tot automatiseringswerkeloosheid, het zal allemaal leiden tot rampspoed. De gevaren kunnen reëel genoeg zijn; de klimaatverandering is wel degelijk een groot probleem. Toch worden sommige dreigingen ook zwaar overtrokken; de kans om in Amerika door een vijf-jarige kleuter te worden doodgeschoten is aanzienlijk groter dan om slachtoffer te worden van een terroristische aanslag. De ‘explosie van oorlog en geweld’ is feitelijk simpelweg niet het geval; het is de afgelopen decennia juist heel erg veel veiliger geworden in de wereld. Als er iets explodeert, zijn het de geboorte- en overlevingscijfers en dus de wereldbevolking. Dat kan alleen maar een teken zijn dat het geweldig goed gaat. Als de wereld als dreigend wordt ervaren is dat omdat we goed zijn geïnformeerd, en wellicht omdat we veel te verliezen hebben. En ook omdat we de grip lijken te verliezen. En dat wordt zwaar aangezet: het westerse toekomstbeeld is apocalyptisch en angst regeert.

Refererend aan 9/11 signaleert Mathewes dat een apocalyptisch perspectief twee soorten reacties kent: vergelding en cynisme. Angst roept de reflex van zelfbehoud op en resulteert in terugslaan en/of onverschilligheid. De oorlogen die de VS onder George W. Bush zowel in Afghanistan als in Irak begonnen, vallen onder de eerste reactie; de verkiezing van Trump onder de laatste. Maar zijn dit succesvolle strategieën om op dreigingen in te gaan? Succesvol in de zin dat ze dreiging en gevaar verminderen? De oorlogen van Bush hebben de wereld niet veiliger gemaakt en blijken na 17 jaar hopeloos te zijn vastgelopen. Het neoliberalisme van Bush heeft plaats gemaakt voor het cynisme van Trump: ‘we first’. Alles wat niet direct ons eigen belang dient moet zichzelf maar redden: opportunistische zelfzucht wordt tot principe verheven. Misschien is het nog net even te vroeg om hier een afgewogen oordeel over te kunnen vellen, maar het belooft allemaal niet veel goeds.

Beide strategieën lossen de apocalyptische dreiging niet op, maar zullen eerder een gelijkaardige tegenreactie losmaken. Concreet roept de Amerikaanse buitenlandpolitiek vooral verdieping van ressentiment op. Moslims wereldwijd, maar ook Noord-Koreanen zien zich voortdurend bevestigd in hun angst tegen het Amerikaanse imperialisme, en wapenen zich op hun beurt. Erg efficiënt is deze veiligheidsstrategie daarmee niet. Daarbij mag theologisch worden opgemerkt dat vergelding en cynisme het kwaad niet doen verdwijnen, maar doen toenemen. Niet door foute anderen, maar door ons eigen robuuste optreden. Voor Beatrice de Graaf reden om een theologisch argument in de strijd te gooien, dat echter niet alleen religieus aansprekend zou moeten zijn, maar ook seculier betere resultaten belooft dan de apocalyptische insteek. Wat volgens de Graaf in het seculiere perspectief ontbreekt is het motief om kwaad niet te willen vergelden, maar te willen uitbannen. Wat ontbreekt is de overtuiging dat het goed kan komen. Wat ontbreekt is: hoop.

Eschatologische hoop

Precies dat kenmerkt de eschatologische positie. Evengoed worden hier veranderingen en verschuivingen gezien. Evengoed wordt daarmee ook eventuele dreiging erkend, maar de reactie is anders. Vergelding en cynisme zijn niet alleen kansloos om de wereld beter te maken, ze maken hem slechter en brengen ons in een neerwaartse spiraal. Vergelding en cynisme roepen cynisme en vergelding op waarmee alle hoop op een bevredigende oplossing steeds verder weg komt te liggen. Het verloop van het conflict tussen Israëli en Palestijnen mag hiervan een schrijnend voorbeeld zijn. Hoe kan zo’n negatieve spiraal worden doorbroken? Met hoop, zegt de eschatologie. Hoop is het vertrouwen dat het ondanks alle zorg en dreiging uiteindelijk toch goed zal komen, en het daarom zinnig is je ervoor in te zetten. De Graaf wijst hierbij op het theologische begrip certitudo dat anders dan securitas geen zekerheid geeft, maar vertrouwen biedt. Hoop breekt de menselijke angst daarmee open voor een betere toekomst. Desnoods tegen beter weten in, zet hoop je toch aan je in te zetten.

Naïeve zwetserij? Of biedt dit een perspectiefwisseling die concreet politiek tot andere keuzes dwingt dan de apocalyptische bangmakerij? Enkele korte overwegingen:

Deze opvatting van eschatologie wil niet een reservaat voor christelijke waarheid zijn, maar pretendeert een betekenis te hebben die de seculiere wereldbeschouwing ontbeert en aanvult. Hobson toont zich een sterk voorstander van het seculier humanisme maar vindt het ‘dun’, en ziet in de theologie ‘een basis die het seculiere humanisme zichzelf niet geven kan’ (Hobson, 141). Daarmee sluit het aan bij een post-theïstische visie als die van Tomáš Halík die het atheïsme niet zozeer onjuist als wel incompleet acht. De theologie lijkt, na alle religiekritiek van het modernisme, in zichzelf gekeerd en durft nog maar nauwelijks een boodschap voor de wereld te hebben. Is dat een oprechte en terechte bescheidenheid na eeuwen van maatschappelijke betweterigheid, of een laffe terugtrekking in het veilige bastion van sektarische verongelijktheid? Maar tot zulk soort navelstaarderij is de kerk niet geroepen. Volop reden om uit onze schulp te kruipen en deel te nemen aan het maatschappelijk debat.

Tegen de zelfgenoegzaamheid

Het eschatologische perspectief gaat daarmee in tegen de (culturele en politieke) zelfgenoegzaamheid, en poogt principieel de impasse van het eigen gelijk te ontstijgen. Het bepleit een theologie die zich nadrukkelijk maatschappelijk en ook politiek engageert (‘I do not seek to condemn our modern world, but to see how best to inhabit it,’ Mathewes, 22). Maar evenzeer verwerpt het seculiere zelfgenoegzaamheid. Ooit, niet zo lang geleden, meenden neoliberale denkers dat het ‘einde van de geschiedenis’ was bereikt omdat de wereldwijde markteconomie door iedereen met gretigheid zou zijn omarmd. Die zelfgenoegzaamheid is met 9/11 definitief van de baan. Op soortgelijke wijze zouden alle weldenkende en welwillende mensen tot een ‘moreel esperanto’ (Paul Cliteur) komen waarin een universele ethiek gestalte zou krijgen. Gezien de oorlogen in de 20e eeuw mag dit humanistisch optimisme sowieso flink naïever wordt genoemd dan alle religieuze mythen bij elkaar, maar ook conceptueel rammelt het aan alle kanten. ‘Weldenkend’ en ‘welwillend’ zijn immers in het eigen gelijk gedefinieerd en worden bepaald door wie het met Paul Cliteur en de zijnen eens zijn. Dat is geen universele moraal, maar een utopisch eigen gelijk waarin andersdenkenden als dom en onwelwillend worden weggezet. Een eschatologische visie onderscheidt zich van een dergelijke zelfgenoegzaamheid dat het juist niet maakbaar wil zijn, en daarbij niet andersdenkenden hoeft te diskwalificeren als achterlijk of kwaadwillend.

Hoewel het eschatologische perspectief op de toekomst is gericht, is het bepaald geen ‘stil-maar-wacht-maar’ boodschap. Integendeel. Het belang van deze eschatologische insteek is concreet politiek en wil een alternatief bieden voor de apocalyptische tendens tot vergelding en cynisme. Haar betekenis ligt dus in de hedendaagse politiek actie. Concreet betekent dat afstand nemen van een identiteitspolitiek die het eigen gelijk en eigen belang dient, om heil te zoeken bij een politiek van naastenliefde waarbij respect en erkenning principiële uitgangspunten zijn. Dat gaat niet over geitenwollensokken-onnozelheid, maar over het zien, erkennen en oplossen van problemen. Niet alleen van en bij anderen, maar óók bij wat ‘ons’ eigen aandeel daar in is. De opkomst van IS ten gevolge van het onbesuisde militair ingrijpen in de Golf-regio was als zodanig misschien niet te voorzien, maar de vraag of de oorlog niet te lichtzinnig werd begonnen was wel degelijk aan de orde. Een dergelijke politiek durft de eigen rol te onderzoeken, maar durft evengoed verantwoordelijkheid van andere partijen te vragen en zal ook zoiets als mensenrechtenschendingen ter sprake brengen. Maar kan daarin alleen geloofwaardig zijn, als zij zelf woord houdt en betrouwbaar is.

De concreetheid van de eschatologie vloeit voort uit de theologische opvatting dat de eschatologie zich beweegt tussen het ‘al reeds’ en het ‘nog niet’. Het ‘nog niet’ is de toekomstverwachting waarin we toeleven op het Koninkrijk dat komen zal. Maar het ‘al reeds’ is de betekenis van het Koninkrijk dat in Christus al gestalte heeft gekregen en dat in de kerk als ‘lichaam van Christus’ tot navolging noopt. Het eschatologisch perspectief wordt daarom gevoed met wat wordt overgeleverd, en plaatst het geloof principieel in het kader van een geschenk. Dat het ooit goed zal komen is bepaald niet een vanzelfsprekendheid die wij uit onszelf zomaar zouden verzinnen of bedenken. De eschatologische hoop is ons aangezegd en mogen we, ook tegen beter weten in, doorgeven. Op die manier leven vanuit het ‘al reeds’ op het ‘nog niet’ toe, en daarbinnen hebben we een verantwoordelijkheid om ernst te maken met de belofte en naar haar opdrachten te handelen. In het onbaatzuchtige streven naar gerechtigheid wordt iets van God waargemaakt. En krijgt, zowaar, dat Koninkrijk dus gestalte.

‘Wordt het nog wat met dat Koninkrijk?’

Aan wie wordt de vraag eigenlijk gesteld?

Wouter H. Slob

Download het artikel hier als pdf

3 gedachten over “‘Wordt het nog wat met het Koninkrijk?’

Voeg uw reactie toe

  1. Onderstaand wat ik heb geschreven over het Godsrijk in mijn boekje ‘Hervorming 2.0’, ISBN 9 789082 225051, waarin ik getracht heb het Evangelie in eenvoudige taal hedendaags te beschrijven.

    Godsrijk
    Het beeld van het ‘Rijk van God dat komt’ is van geweldige betekenis voor de samenleving. Hoe dat rijk er uit ziet? Jezus geeft daarover geen uitsluitsel. Als hij er naar gevraagd wordt antwoordt hij steeds met een verhaal: “Het rijk van God is als ….” Het gaat in ieder geval om een samenleving waar het voor alle mensen goed is. Vrede, recht, mensenliefde zijn de ingrediënten. Het diepste menselijke verlangen komt daarin tot uiting.
    Je proeft dat verlangen bijvoorbeeld in het liedje van Toon Hermans: Bloemen in de straten, banken in het gras nergens meer soldaten oh, als dat eens moog’lijk was.
    In de Bijbel staat dat de nieuwe aarde uit de hemel neerdaalt van God. Dat is een mooi beeld om aan te geven, dat mensen dat volmaakte rijk zelf niet kunnen maken. Het rekent af met alle utopieën. Utopieën, zoals bijvoorbeeld het communisme, proberen mensen wijs te maken dat we zelf binnenkort een ideale wereld kunnen verwezenlijken. We zullen daarbij steeds blijven stuiten op de MNoDtV. Zo omschrijft Francis Spufford in zijn boek: ‘Dit is geen verdediging’ het oude begrip zonde. MNoDtV = de Menselijke Neiging om Dingen te Verkloten. Wat menselijk handelen betreft blijft dat Godsrijk dus achter de horizon. Wat blijft er voor ons over? De uitspraken van Jezus over het Rijk serieus nemen bij ons maatschappelijk handelen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: