Paulus, radicaal, revolutionair

Liberaal christendom besteedt in een drieluik aandacht aan de comeback van Paulus. 
Decennialang werd hij in liberale kringen gezien als de grondlegger van een leerstellig christendom dat de boodschap van Jezus vervormde.  Maar nu is er juist veel positieve waardering, bijvoorbeeld uit de hoek van filosofen.

Volgens Patrick Chatelion Counet hebben ook vrouwen niets van hem te vrezen, integendeel. Paulus is revolutionair en radicaal en heeft daarbij alle trekken van een feminist avant la lettre

DSC_0012

Patrick Chatelion Counet (1954) is emeritus hoogleraar Bijbel en Nederlandse Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en secretaris-generaal van de Konferentie Nederlandse Religieuzen. Hij publiceerde in 2009 Genie of misgeboorte. Zeven vooroordelen over de apostel Paulus.

Lees het artikel hier als PDF

Paulus vergiste zich in het moment waarop het einde der tijden zou aanbreken. Paradoxaal genoeg geeft hij daardoor zijn geschriften een toon en een inhoud die relevant en actueel is voor alle daarop volgende tijdperken, inclusief het onze. In onze tijd, gedomineerd door de wereldwijde #MeToo-discussie en het seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk, klinkt sterker dan ooit de roep om vrouwen in het ambt toe te laten, een stap waarmee de rooms-katholieke hiërarchie veel protestantse kerken nog moet volgen. Bij deze sprong voorwaarts die het gezicht van de kerk menselijker zal maken, springen de teksten van Paulus over de gelijkwaardigheid van vrouwen in het oog. Lang lagen deze teksten bedolven onder het stof van vrouwonvriendelijkheid en misogynie. Met enkele eenvoudige wijzigingen in de vertaling van een cruciaal verkeerd begrepen tekst graven we een feministische en radicale vrijheid nastrevende Paulus op.

Einde der tijden

Paulus schreef aan het einde der tijden, dacht hij. Hoewel hij in latere brieven niet meer helemaal zeker is dat hij de wederkomst van Christus in dit leven nog zal meemaken (2 Kor. 5,8-9; Fil. 1,23), overheerst de zekerheid van een spoedig aanbrekende laatste dag (1 Kor. 7,29 en 1 Kor. 15,51). Dit tooit zijn visie op het leven, op maatschappelijke verhoudingen en zijn idee van vrijheid in fenomenale kleuren. Met de apocalyps op handen is het verloren tijd om verschil te maken tussen mannen en vrouwen, slaven en vrijen, joden en niet-joden. Paulus formuleert in zijn brieven een radicaal vrijheidsidee dat zijn gelijke in de geschiedenis van de filosofie, de politiek en de theologie niet kent. Filosofen als G. Agamben en A. Badiou trekken zijn brieven het postmoderne differentiedenken binnen waaruit hij volgens Badiou een spectaculaire escape maakt (en volgens Agamben een nieuwe differentie creëert).* Exegeten als E.P. Sanders en J. Dunn bevrijden zijn brieven van wetticisme en gieten de rechtvaardigingsleer in een new perspective. Maar werkelijk baanbrekend is Paulus door zijn denken over vrijheid en de gelijkwaardigheid van vrouwen.

Gelijkwaardigheid van vrouwen

Paulus schrijft en debatteert met allerlei correspondenten uit alle hoeken van de Romeinse wereld, Tessaloniki, Rome, Efese, Kolosse, over alledaagse of grootse problemen. Uit Korinthe ontvangt hij een brief van mannen die hem vragen hoe ze met hun libido en seksualiteit moeten omgaan nu het einde der tijden ophanden is. Paulus’ antwoord is revolutionair. “’Het is goed voor een man geen vrouw aan te raken’ [schrijven jullie]… Welnu, niet de vrouw heeft te beschikken over haar eigen lichaam, maar haar man; evenmin heeft de man te beschikken over zijn eigen lichaam maar zijn vrouw!” (1 Kor. 7,4). Een vrouw die beschikt over het lichaam van haar man? We kunnen heel de literatuur van de klassieke Oudheid afspeuren, een dergelijke uitspraak vind je nergens. Grieken en Romeinen beschouwden de gehuwde vrouw als het bezit van haar man. Zij verkeerde in zijn manu, letterlijk in ‘zijn handen’, in zijn macht. In de Joods-Israëlitische cultuur gold hetzelfde. Een man was meester over zijn vrouw; zij moest hem adon noemen, ‘heer’. Paulus echter spreekt vrouwen aan als gelijkwaardige partners in het huwelijk – zie het vervolg van deze passage waarin hij de gelijkheid van de vrouw bijna ad absurdum doorvoert (“… met de vrouw is haar niet-gelovige man geheiligd; … de [gelovige] vrouw mag haar man niet verstoten” [etc.], 1 Kor. 7,13-14). De reden waarom Paulus dit kan en durft te doen vindt zijn grondslag in de joodse theologie van de Messias. De komst van de Christus heft de oude straffen voor de zondeval op, de dood, maar ook de ondergeschiktheid van de vrouw aan de man (Gen. 3,19 en 3,16).

Vrijspraak in Christus

“Zoals één fout leidde tot veroordeling van allen, zo ook leidde één goede daad tot vrijspraak en leven voor allen” (Rom. 5,18). Vrijspraak voor allen, óók voor de vrouw: haar straf voor de zondeval – ondergeschiktheid aan haar man (“Naar je man zal je begeerte uitgaan, hoewel hij over je heerst”, Gen. 3,16) – is opgeheven. De heerschappij van de man over de vrouw is opgeheven. De verzoeningsdood van Christus (Rom. 3,25) bewerkstelligt dit. De kroon op deze overtuiging formuleert Paulus in Galaten 3,27-28: “Want allemaal bent u met Christus gedoopt, met Christus bekleed. Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus”. De verzoeningsdood van Christus heft sociale en maatschappelijke verschillen op (geen slaaf of vrije meer), godsdienstige en raciale verschillen (geen Jood of Griek meer), én geslachtsgebonden of gender-verschillen (geen man of vrouw meer). Het universum van Paulus sluit zich in en door Christus. We zijn allemaal één in Christus.

Vrijheidsstrijder

Paulus wil geen filosoof zijn, geen theoloog, geen denker – hij is een strijder, een vrijheidsstrijder. Christus’ verzoeningsdood is hét evenement waardoor er vrijheid in de wereld komt. “Voor die vrijheid heeft Christus u vrijgemaakt. (…) U werd geroepen tot vrijheid” (Gal. 5,1 en 13). Vrijheid in Christus is een sleutelbegrip, een praktisch begrip – vrijheid is een wijze van leven, hoe je omgaat met mensen en dingen. Door Paulus’ brieven trekt een lange stoet van vreemdelingen, culturen, opvattingen, gebruiken, gewoontes en zeden die hij op zijn reizen naar de uithoeken der aarde heeft ontmoet: glossolalisten, pneumatici, offervlees etende hellenisten, vegetariërs, Grieken die willen dat vrouwen hun hoofd bedekken tijdens de eredienst, Joden die dat gebruik afwijzen, Aziaten die ieder mens van nature vrij achten, Romeinen die slavernij als een door de natuur gegeven instituut beschouwen. Tussen al deze invloeden en culturen wijst Paulus een opmerkelijke weg. Hij verklaart dat alle verschillen zijn opgeheven (Gal. 3,28), maar tegelijk laat hij alle verschillen bestaan. Of liever gezegd, met de woorden van Dunn, hij is onverschillig tegenover de verschillen. Het volgende voorbeeld staat voor vele: “Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten. En wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen” (Rom. 14,3). Hij moedigt de experimenteerlust van mensen niet af: “Onderzoek alles, behoud het goede” (1 Tess. 5,21), maar wijst hooguit op gevaren: “’Alles is mij geoorloofd’. Ja, maar niet alles is goed voor mij” (1 Kor. 6,12).

Geen zwijggebod voor vrouwen

Vrijheid is een uitvloeisel van de verzoeningsdood van Christus. Niets of niemand (zelfs de dood niet) kan de mens nog knechten. Hoezeer Paulus in zijn eigen leven overtuigd was van de inspiratie, geestkracht en prestatievermogen van vrouwen blijkt uit het slot van de Romeinenbrief (Rom. 16). Hier spreekt hij zijn waardering uit voor vrouwen die met hem in de Heer gewerkt hebben (Tryfena en Tryfosa), die de kerk hebben opgebouwd (Persis, Maria), die als apostel (Junia) en diaken (Febe) werkten en één vrouw in het bijzonder, Prisca, die hij met haar man Aquila in Korinthe ontmoette en thans de gemeente in Rome leidt.

Een onmiskenbaar feministische Paulus komt uit de brieven naar voren, zelfs gemeten met de maatstaven van de moderne tijd. En toch komt dat beeld bij alle belangstelling van filosofen, herwaardering van Paulus en ontwikkelen van een new perspective, maar moeilijk van de grond. Dit is te wijten aan de verkeerd begrepen passage uit 1 Korinthe 14,33b-36, waarin Paulus vrouwen zou verbieden het woord te voeren tijdens de eredienst: “De vrouwen moeten in uw bijeenkomsten hun mond houden!”. Na het aanhoren van een in alle toonaarden feministische Paulus, komt deze uitspraak opeens wel heel rauw seksistisch uit de lucht vallen.  Maar het is niet wat er staat. We moeten in herinnering roepen dat Paulus op brieven reageert. Hier reageert hij opnieuw op een brief van Korintische mannen. Dat doet hij door eerst hun eigen opvattingen te herhalen. Het uitroepteken simpelweg door een vraagteken vervangen (het Grieks kent geen interpunctie, dus we dienen de vragen zelf zichtbaar te  maken), levert de volgende bevrijdende vertaling op:

“Zoals in alle gemeenten van de heiligen moeten de vrouwen in uw bijeenkomsten hun mond houden [schrijven jullie, mannen van Korinthe]?  Het is hun niet toegestaan het woord te nemen [vinden jullie]? Zij moeten ondergeschikt blijven…? … en thuis hun man maar vragen? O ja? Is Gods woord soms van u uitgegaan [mannen van Korinthe]? Is het alleen tot u doorgedrongen?”

Deze vertaling beveel ik komende bijbelvertalers van harte aan. . Niet alleen worden de laatste twee zinnen erdoor begrijpelijk, maar bovenal past het in het beeld van een radicaal, revolutionair denkende apostel die – door de verlossing in Christus Jezus – vrijheid voor vrouwen vanzelfsprekend achtte.

 

*
Tegenover filosofen als Lyotard en Derrida die ‘waarheid’ stukslaan op een wereld van verschillen waarin geen eenduidige waarheden kunnen worden gevonden, voert Badiou in zijn  Paulus. De fundering van het universalisme (1977, vert. 2008) Paulus op die omgekeerd de verschillen stukslaat op één waarheid. Waarheid is volgens Badiou geen theorie of filosofisch inzicht, maar een evenement, een gebeurtenis. Voor Paulus is deze ‘evenement-waarheid’: de verrijzenis van Christus. Aan die waarheid gaan alle verschillen ten onder, universeel. Agamben die zich eigenlijk meer tot Badiou richt dan tot Paulus, meent in zijn Le temps qui reste. Un commentaire de l’Épître aux Romains (2000, vert. 2006) dat Paulus een nieuw verschil creëert. Hij heft raciale, geslachtelijke en sociale verschillen op, maar maakt een nieuwe scheiding tussen Joden onderling: zij die naar het vlees leven (de besnedenen) of naar de geest (in Christus) en tussen niet-joden onderling: zij die naar het vlees leven (zonder Christus) of naar de geest (in Christus). Agamben wijst daarmee op de onmogelijkheid om een ‘rest’ te vermijden, er ontstaan altijd nieuwe verschillen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: