‘Ik wil de mist doen optrekken in de relatie tussen kerk en Israël’

Na weken van discussies naar aanleiding van het artikel ‘De kerk kan prima zonder Israëltheologie’ maakt Jan Offringa de balans op: ‘Wie tegendraadse dingen schrijft over de relatie Kerk en Israël weet dat er van alles loskomt.’

Foto_ds_Jan_Offringa
Dit reflecterende artikel schreef Jan Offringa, predikant in Wijk bij Duurstede en hoofdredacteur van deze website naar aanleiding van zijn eerder gepubliceerde artikel ‘De kerk kan prima zonder Israëltheologie‘.
Dit artikel verscheen eerder in Trouw.

Wie tegendraadse dingen schrijft over de relatie Kerk en Israël weet dat er van alles loskomt. Het is een mijnenveld waarop nogal eens iemand ontploft. Mensen leggen je dingen in de mond, trekken je visie scheef of gaan er met gestrekt been in. Toch kreeg ik ook verrassend veel bijval. En er was de humor van een collega die me begroette als de ‘beroerder Israëls’. Toch leuk om met de profeet Elia vergeleken te worden!

Onbedoeld bevestigen de uiteenlopende reacties in Trouw mijn stelling dat het terrein van kerk en Israël een grote mistbank is. Allerlei vaagheden, misverstanden en schuldgevoelens lopen door elkaar heen.

Broers en half-broers

Ondertussen blijft onduidelijk wat de door protestanten beleden ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’ inhoudt. Vandaar deze steen in een toch al niet rimpelloze vijver, om Maaike van Houten te citeren (Trouw, 22 september). De mystificaties vragen om opheldering, en daar zijn liberale theologen altijd voor in.

In de reacties komt een behoefte aan familiaire beelden naar boven. Volgens René de Reuver, scriba van de Protestantse kerk, is God begonnen met Israël, toen kwamen wij erbij en nu zijn we broers. Dat is een versimpeling die je veel tegenkomt, ook bij beleidsmedewerker Eeuwout Klootwijk (Opinie, 19 september).

In mijn artikel ‘De kerk kan prima zonder Israëltheologie’ maak ik duidelijk dat jodendom en christendom hoogstens halfbroers zijn, die in de afgelopen 2000 jaar lelijk van elkaar vervreemd zijn en nog steeds op wezenlijke punten van elkaar verschillen. Terecht spreekt Anne Marijke Spijkerboer over Israël als ‘de ander’(Opinie, 1 oktober). Een belangrijke ander, zou ik zeggen, maar toch niet de enige?

Felle kritiek

Dat ik de joods-christelijke dialoog een warm hart toedraag, staat duidelijk in mijn artikel. Het Overlegorgaan van Joden en Christenen (OJEC) steun ik al jaren met een bescheiden bijdrage. Toch komt uit die hoek de felste kritiek. Joden voelen zich als kleine minderheid in Nederland kwetsbaar. Het is goed daar rekening mee te houden. Maar voor Marcus van Loopik en Piet van Midden is dat niet genoeg. Eenzijdig moet van christelijke zijde ook een onopgeefbare verbondenheid worden beleden. Wil het OJEC op die manier kritische geluiden weren en lastige kwesties omzeilen? Dat lijkt me geen gezonde basis voor een goed gesprek.

Een terugkerend misverstand is dat ik de banden met het jodendom wil doorknippen. Daarvan is geen sprake. Ik wil af van een vage en multi-interpretabele ‘onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël’. Die formulering staat een heldere relatie in de weg. In mijn artikel stel ik daarom voor dit te schrappen, of anders te concretiseren in een onopgeefbare strijd tegen antisemitisme en elke vorm van discriminatie op grond van ras of geloof. En in het interview met Trouw (14 september)  voeg ik daaraan toe: zet de in veler ogen verwarrende zondag voor Kerk en Israël om in een dag waarop de relatie jodendom-christendom centraal staat. Dan weet iedereen waar hij of zij aan toe is.

Fatsoenlijk gesprek

Het is vanwege het Joods-Palestijnse conflict onvermijdelijk dat deze voorstellen in politiek vaarwater terecht komen. Zelf heb ik dat zoveel mogelijk vermeden. Ik vertel een theologisch verhaal waarin vanuit liberaal perspectief wordt aangegeven wat er misgaat op het gebied van kerk en Israël. Daarin beschouw ik jodendom en christendom als twee uit elkaar gegroeide tradities die niet autonoom zijn, maar prima op eigen benen kunnen staan.
Wie daarin iets vijandigs of zelfvoldaans bespeurt, slaat de plank mis. In mijn ogen kun je over deze dingen een fatsoenlijk gesprek houden waarin de laaghangende mist een beetje optrekt.

2 gedachten over “‘Ik wil de mist doen optrekken in de relatie tussen kerk en Israël’

Voeg uw reactie toe

  1. Kerk en Israël ter discussie stellen lijkt een gotspe

    Wie geen vreemde is in Jeruzalem weet dat er een heftige discussie in onze Protestantse Kerk woedt over de al dan niet “onopgeefbare verbondenheid” van de kerk met Israël. Met het volk, of met het land, of in het ergste geval: met de staat. In die discussie lijkt het te gaan om een nieuw gegeven, de vraag van Liberaal Christendom, of we de verbondenheid met Israël niet beter kwijt dan rijk kunnen zijn. Over die vraag is, met name in Nederland, al heel veel geschreven door theologen als K.H.Kroon en G.H. ter Schegget. Die echter in het geheel niet meer mee blijken te doen. Vreemd.
    Zonder in die discussie nu het laatste woord te willen spreken -als dat al mogelijk zou zijn- wil ik wijzen op Paulus. Christenen zijn helaas gewend geraakt om tegen Joden over de Messias te willen discussiëren; en dat Jezus dan de Messias ís. In dat “gesprek” speelt vaak een rol dat christenen lijken te vinden dat Joden dat ten onrechte niet willen aanvaarden. Dat levert meestal geen of hooguit een vervelend en naar gesprek op. Joden hebben over het algemeen geen behoefte aan onze kritische kerkelijke terechtwijzingen. Zij zijn daarin niet zoveel anders dan wij namelijk…
    Laten we daarom ons zélf liever wat kritische vragen leren stellen, bijvoorbeeld: Hoe komen wij aan die “wijsheid” dat Jezus de Messias (in het grieks: christus) zou zijn? Daar zijn namelijk geen echte bijbelse gronden voor. Het Nieuwe Testament gaat over een historische gestalte: de Jood Jezus van Nazareth. De eerste die iets over hem opschrijft is de apostel Paulus, maar Paulus zegt niet dat Jezus de Messias is, in de zin van “is-gelijk”. Paulus spreekt in de Efezebrief (zie: Efeze 4:21) tot zijn mede-Joden en zegt dan: Wij, Joden, hebben een andere opvoeding en scholing dan de heidenen -die lijken te hopen op een hiernamaals- want wij zijn opgevoed met: Messias, een toekomstige eindverwachting; we hebben namelijk leren hopen op het aanbreken van het messiaanse vrederijk op aarde. Wij hebben als jongeren van Messias gehoord op school, en als volwassenen in de synagoge, anders dan de heidenen die wat dat betreft in het duister tasten. Wij hebben leren hopen en verwachten op de komst van Messias, zoals dat -en dan komt het- “waarheid is geworden in Jeshouah, Jezus”. Dat is wat Paulus letterlijk zegt. De Messias wiens komst wij hebben leren verwachten zal Messias zijn zoals Jezus dat aan het licht heeft gebracht.
    Wat wàs dan die “waarheid” van Jezus? Hóe geeft het leven van Jezus, die er wás, inhoud en betekenis aan de Messias, van wie wij de komst verwachten? Niet wederkomst of iets dergelijks, maar: kómst.
    Dé discussie waar het hele Nieuwe Testament om draait is samen te vatten in de volgende vraag: Heeft Jezus het Oude Testament goed uitgelegd door de volkerenwereld méé te rekenen bij de geschiedenis en het heil van de God van Israël, of heeft Jezus het daarmee vervalst? Volgens Paulus, die eerst als Zeloot ervan overtuigd was dat het een vervalsing betrof, is het goed uitgelegd door Jezus. Dát is bij nader inzien toch de meest wezenlijke lijn in Mozes en de profeten: dat de volkeren tot Sion zullen komen en daar de vrede zullen leren. En dat Jezus dáárvoor zich -tot bloedens toe- heeft ingezet.
    Paulus beweert dus niet dat Jezus de Messias ís. Dat is een hachelijke zaak: iemand tot Messias uitroepen. Jezus wilde dat zelf niet, begrijpelijk. Paulus beweert dat de Messias die komen zal reeds in Jezus, zoals die was, is aangelicht, waarheid is geworden. De “waarheid” is dus dat het een komende Messias betreft die zowel het volk Israël als óók de heidenen in gezamenlijkheid zal bevrijden van ellende en schuld en oorlog en haat.
    De vraag óf wij verbonden zijn met Israël is dus een hele vreemde vraag… althans voor diegenen die zich leerlingen van Jezus, namelijk: Christenen, noemen en die Masjiach verwáchten met Israël mee. Je verwacht namelijk Messias met Israël mee of je verwacht helemaal geen Messias. Daarover discussiëren mag een boeiend tijdverdrijf zijn, het lijkt echter ook een gotspe, een vorm van brutaliteit.

    Jurgen van den Herik
    Drachten

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: