De kerk kan prima zonder Israëltheologie

Hoe verhouden liberale theologen zich tot Israël? Een beladen discussie waarin vaagheden, misverstanden en schuldgevoelens een grote rol spelen. Zonder iets af te doen aan het jodendom, vraagt Jan Offringa zich af of Israël wel een speciale positie moet innemen in de christelijke theologie. Want daarvoor ziet hij geen goede reden.

Foto_ds_Jan_Offringa
Jan Offringa is predikant van de Protestantse gemeente te Wijk bij Duurstede en hoofdredacteur van de website www.liberaalchristendom.nl

Download de hele tekst hier als PDF


Christenen kijken met bijzondere aandacht naar Israël. Dat bleek onlangs weer eens toen de Verenigde Staten besloten hun ambassade te verplaatsen van Tel Aviv naar Jeruzalem. Met name onder evangelicale gelovigen werd dit gezien als een voorbode van de eindtijd. Daarin voltooit God zijn plannen met deze wereld en zou het herrezen Israël een speciale rol spelen. Ook binnen de Protestantse Kerk in Nederland is de relatie tot Israël een onderwerp dat volop ter discussie staat. Er zijn groepen die zich sterk verbonden weten met het ‘uitverkoren volk’, terwijl anderen juist meer afstand bepleiten. Dat laatste wordt dikwijls gevoed door kritiek op de politiek van de staat Israël ten aanzien van de Palestijnen.

Welke positie nemen liberale theologen in ten aanzien van Israël? Als auteurs van Liberaal christendom worden we daar regelmatig op aangesproken. Dit boek, dat uitkwam in 2016, kent geen apart hoofdstuk over het jodendom en evenmin over de islam. Ons doel was niet een complete theologie te schrijven en andere thema’s vonden we belangrijker. Op de achtergrond speelde mee dat de kerk wat ons betreft prima zonder Israëltheologie kan. Die gedachte zal ik hier uitwerken. Er is geen goede reden Israël een aparte plek in de christelijke theologie te geven.

In gangbare discussies op het terrein van Kerk & Israël blijft vaak onduidelijk welke lading ‘Israël’ moet dekken. Gaat het om het Oude Testament, met ook de latere literaire tradities van Misjna en Talmoed? Doelt iemand op het religieuze jodendom zoals dat al eeuwenlang vorm krijgt in en om de synagoge? Hebben we het over het ‘volk’ Israël, zoals de kerkorde van de Protestantse Kerk aangeeft, en welke rol spelen land, staat en politiek dan? Zulke voorvragen kan ik hier grotendeels laten rusten. Want als Israël inderdaad geen aparte rol hoeft te spelen in de christelijke theologie, en evenmin in de kerkorde van een kerk, zijn ze niet echt van belang.

Mijn positie

Waar sta ik zelf? Tijdens de studie theologie ben ik gevoelig geworden voor het anti-judaïsme dat sterk aanwezig was en is in kerk en theologie. Het jodendom is voor mij alles behalve een minderwaardige godsdienst. Net als de meeste andere religies verdient het een onbedreigde plek onder de zon. Ik heb grote belangstelling voor de leefwereld van Jezus en zijn plek binnen het heterogene jodendom van toen. Ook probeer ik me te verstaan met kritiek van joodse huize op bijvoorbeeld de bijbeluitleg, messiasclaim of dogmavorming van het christendom. Verder draag ik de dialoog tussen joden en christenen een warm hart toe, onder andere omdat ze zich deels met dezelfde teksten bezighouden en hun uitlegtradities sterk verwant zijn. Over en weer valt er veel te leren.

Ik bepleit echter geen ‘verjoodsing’ van het christendom. Die behoefte kom ik bijvoorbeeld tegen onder theologen als ze voorstellen de Thora ook in het christendom een centrale plek te geven. Of als ze beweren dat het pas goed komt met de kerk als zij weer terugkeert naar haar joodse wortels. Dikwijls gaat daarachter de gedachte schuil dat een van oorsprong onbezoedeld joods-christelijk evangelie later in de verkeerde handen viel van het Griekse denken. Dat is een misvatting, want zo’n heldere scheiding tussen Joods en Grieks is niet te verdedigen. In de persoon van Paulus, waarschijnlijk de oudste schrijver in het Nieuwe Testament, zijn die werelden al niet meer te ontwarren. En ook in eerdere geschriften ‒ oudtestamentisch of deuterocanoniek ‒ zijn de sporen van het hellenisme al volop aanwezig. Vernieuwing zoek ik liever in liberalisering dan in ‘verjoodsing’ van het christendom.

Naast een theologische is ook een politieke positiebepaling vandaag de dag verhelderend. Ik kijk uit naar een rechtvaardige en vreedzame oplossing in Israël voor Joden en Palestijnen, gebaseerd op wederzijdse erkenning. Die erkenning is een sleutelwoord in onze liberale theologie. Beide volken wens ik een eigen staat toe op dat deel van het land dat hun toekomt. Waar ik niet in meega, is het toekennen van een religieuze betekenis aan de staat Israël, als zou dit de inlossing zijn van een goddelijk belofte van ruim twee millennia geleden. Verder dient de politiek van Israël ‒ evenals die van de Palestijnen ‒ beoordeeld te worden naar internationale maatstaven van gerechtigheid en humaniteit, niet meer en niet minder. Dus net als andere staten moet Israël daarop aangesproken kunnen worden, zonder dat er meer (vanwege de kennis van de Thora) of minder (vanwege het drama van de Shoa) wordt verwacht.

Herkenning

Uit reacties blijkt dat onze liberale theologie op meerdere momenten herkenning oproept bij mensen met interesse voor het jodendom. Dat zit bijvoorbeeld in de omgang met de Bijbel. Als in Liberaal christendom de bijbellezer wordt uitgetekend als iemand die deelneemt aan een doorlopend gesprek van stem en tegenstem waarin ook onze stem volop mag meedoen, proeft menigeen daarin de sfeer van het joodse leerhuis. Ook is onze terughoudendheid ten aanzien van concrete kennis en beeldvorming van God schatplichtig aan joodse denkers. En als in onze liberale incarnatietheologie wordt benadrukt dat het aan mensen is om God te laten bestaan en handen en voeten te geven, is er ongetwijfeld verwantschap met de nadruk op het concrete leven zoals die sterk aanwezig is in de joodse traditie. Verder is het voor ons zonneklaar dat de historische Jezus een joodse man was. Toch moet ook gezegd worden dat er iets verandert als niet alleen binnen maar ook buiten het jodendom mensen van hem beginnen te getuigen dat Hij de Christus is. Dan ontstaat er een nieuwe beweging die eerdere grenzen overstijgt en meer dan ooit een universeel karakter krijgt.

Dat laatste maakt duidelijk waarom herkenning en verwantschap geen voldoende reden zijn om Israël een aparte plek te geven in een al dan niet liberale theologie. Je kunt je afvragen waar die behoefte vandaan komt. Het heeft ongetwijfeld te maken met gevoelens van diepe schuld en schaamte bij een pijnlijk verleden. Kerken dienen hun aandeel daarin onder ogen te zien en te aanvaarden. Dat verplicht hen echter niet hun theologische oriëntatie nu met name in het jodendom te zoeken, alsof dat een compensatie is waar joden om vragen of op zitten te wachten. Ze hebben genoeg ellende beleefd aan eerdere christelijke bemoeienis. Ook aan een positieve inkadering – ‘kijk eens, jullie doen mee in onze verwachting van de eindtijd’ ‒ zal weinig behoefte zijn. Vooral niet als blijkt dat het daarin uiteindelijk om een bekeerd jodendom gaat dat alsnog de wedergekomen Jezus als messias gaat erkennen. Zou er van joodse zijde niet meer dan ooit behoefte zijn aan respect en rust? Ook omdat men al te goed weet hoe uitwisselbaar antisemitisme en filosemitisme zijn.

Verschil

Zo’n aparte plek voor Israël is theologisch gezien niet alleen onnodig maar ook dubieus. Het suggereert een onderlinge afhankelijkheid die er niet (meer) is. Want het christendom is weliswaar uit het jodendom voortgekomen, maar geen voortzetting daarvan. Dat is onder andere terug te vinden bij nieuwtestamenticus Geurt Henk van Kooten. In Paulus en de kosmos (2002) laat hij overtuigend zien dat het christendom een synthese is van een hellenistische vorm van jodendom met de wereld van het Grieks-Romeinse denken. Het is dus niet ‘jodendom voor iedereen’, alsof de enige verandering is dat na Christus ook niet-joden mogen meedoen in het naleven van de Thora. Integendeel, het christendom meent in de lijn van Paulus dat de Thora zijn dominante plek is kwijtgeraakt. Die wordt nu ingenomen door de persoon van Jezus. Voor christenen, voortgekomen uit zowel joden als niet-joden, loopt het lijntje naar God via hem.

Het christendom staat dus op zichzelf en is een ander geloof geworden, met een groeiend aantal niet-joden als nieuwe volgelingen. In De God van Galilea (2018, p.80) maakt Bart Ehrman op zijn manier duidelijk dat destijds voor buitenstaanders een overstap naar het christendom zowel ingewikkelder als minder ingewikkeld was dan die naar het jodendom. Enerzijds was het makkelijker, want deze buitenstaanders hoefden niet de voorschriften van de Thora te gaan volgen, zoals die rond de besnijdenis en koosjere spijswetten. Anderzijds was het moeilijker, want zij moesten niet alleen geloven dat de God van Israël de enige god was, maar ook dat zijn zoon Jezus tot heil van allen was omgebracht en uit de dood was opgewekt. Die nieuwe boodschap vonden veel joden destijds niet aannemelijk en kan de synagoge nog altijd niet overtuigen. In plaats van zich daarover te verbazen of op te winden, zoals ze eeuwen gedaan heeft, kan de kerk beter proberen dit te respecteren. Er leven nu twee verschillende geloven naast elkaar.

Paulus

Hoe zit dat echter met het heilsplan van God, zoals dat in de christelijke traditie ter sprake komt? Laat de Bijbel niet zien dat Israël daarin een eigen plek heeft? Daarover bestaat in het Nieuwe Testament geen eenduidigheid. In Romeinen 9-11 ontvouwt Paulus hierover enkele bijzondere gedachten. Bij hem krijgt Israël inderdaad een plek in het heilsplan van God zoals dat zich op korte termijn zou voltrekken. Kort gezegd komt het er op neer dat God zijn volk niet voorgoed heeft gepasseerd of verstoten. Na een tijdelijke verblinding, die gebruikt wordt om niet-joden voor het evangelie te winnen, zal ook Israël gered worden. Op die manier ‒ kun je zeggen ‒ probeert Paulus het oude godsvolk binnen boord te houden.

Veel orthodoxe theologen volgen hem daarin. Liberale theologen zijn minder volgzaam. Want er zijn geen goede redenen om de gedachten van Paulus te verheffen tot een breed gedragen bijbelse visie. Integendeel, het gaat om een verwachting die je bij andere auteurs in het Nieuwe Testament niet tegenkomt. Ondertussen leven we twintig eeuwen later en  moeten we in alle eerlijkheid constateren dat het anders is gelopen. De eindtijd, die Paulus in de nabije toekomst verwachtte, is niet gekomen. Voor de kerk en haar theologen is dit een bijzonder lastige kwestie die om een herbezinning in niet-historische zin vraagt.

Om te beginnen is het goed onder ogen te zien dat je op Romeinen 9-11 geen Israëltheologie kunt bouwen. En ook getuigt het van moed om het apocalyptische denkraam van Paulus los te laten. Want hoe hard christenen ook kunnen roepen, de kans is gering dat de eindtijd op handen is. En de stichting van de staat Israël in 1948 is dus ook geen voorbode. Een liberale theologie zal ervoor pleiten op niet-apocalyptische wijze na te denken over het heil en de toekomst van God. Zo’n herbezinning doet er goed aan Israël niet theologisch in te kapselen of met grote verwachtingen te omringen.

Uitverkoren volk

Een verwante kwestie is die van het ‘uitverkoren volk’. Rechtvaardigt die status geen aparte plek voor Israël in het christelijke denken? Of onderschrijven we als liberale theologen een vervangingstheologie waarin de kerk de plek van Israël heeft overgenomen? Dat laatste is geenszins het geval. Wat ons betreft is helder dat elke claim om ‘uitverkoren volk’ te zijn, of die nu door joden of christenen gekoesterd wordt, ongeloofwaardig is geworden. Het gaat om een religieuze constructie waar het eigenbelang van afspat. Binnen het jodendom zelf, bijvoorbeeld in een bijbelboek als Jona, klinkt hierop al de nodige kritiek. ‘Uitverkoren zijn’ leidt gemakkelijk tot onterechte superioriteitsgevoelens. Ook de kerk weet daar alles van. Hoogstens zijn we uitverkoren tot dienstbaarheid aan de ander.

Van de claim uitverkoren te zijn is bekend dat die als identity builder goed werkt voor de samenhang in een gemeenschap (‘wij zijn het’). Probleem is dat anderen niet of nauwelijks mogen meedoen, verworpen zijn of op het tweede plan staan. Als liberale theologen met een postmoderne inslag zullen we zo’n claim graag deconstrueren. Want die claim staat onderlinge erkenning, een sleutelbegrip in ons denken, in de weg. Zo’n constructie moet dus worden opengebroken zodat die haar exclusiviteit verliest. Hoe hard het ook her en der geroepen wordt ‒ er zijn geen uitverkoren volken. Of we zijn het allemaal tegelijk!

Oude Testament

Er is dus geen goede reden Israël een aparte plek te geven in de christelijke theologie. En evenmin is er een goede reden het christendom te ‘verjoodsen’.  Zo zou de kerk niet meer over een ‘oud testament’ mogen spreken. Theologisch gezien is dit geen enkel probleem. Als ze het niet denigrerend bedoelt, kan de kerk dat zonder gêne blijven doen. Het is juist niet verstandig mee te gaan in de joodse aanduiding Tenach (Hebreeuwse samenstelling van de eerste letters van wet, profeten en geschriften) en de daarin aangegeven volgorde van boeken. Laat staan dat de kerk ‒ ter relativering van het Nieuwe Testament ‒ de suggestie overneemt dat het evangelie, na de profeten en de geschriften, een derde schil om de dominante kern van de Thora zou zijn. Dat is nooit zo geweest in het christendom en moet ook niet veranderen.

Historisch is hier van belang dat in de tijd van Jezus en zijn eerste volgelingen Tenach nog niet definitief gevormd was. Dat proces is in joodse kring pas voltooid in de tweede eeuw na Christus. Canonvorming diende er ondermeer toe ongewenste geschriften buitenboord te houden. Zo richtte Tenach zich bijvoorbeeld tegen gnostische en apocalyptische groepen. Tegelijk heeft de opzet van deze joodse canon een antichristelijke inslag. Die opzet moest tegenwicht bieden aan de visie van Jezus’ volgelingen dat Hij als messias boven de Thora stond, aldus Johan Negenman (De wording van het woord, 1986, p. 253). Over deze dingen zijn destijds pittige debatten gevoerd. En op zich is zo’n kritische houding van joodse zijde niet onbegrijpelijk. Christenen konden (en kunnen nog steeds) het Oude Testament lezen als één grote aankondiging van Jezus. Dat zo’n lezing dubieuze kanten heeft, veronderstel ik hier als bekend. Anderzijds is het ook weer begrijpelijk en zeker niet verwerpelijk dat christenen zich het Oude Testament gingen toeëigenen met eigen interpretaties. Het was en is ook hun boek.

Jezus

Historisch gezien is het vrij duidelijk: de eerste christenen lazen de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament die de ons bekende volgorde van boeken kent. En de kerk kan goede redenen hebben om dan niet de Thora maar bijvoorbeeld de profetische boeken of de psalmen als kern of hoogtepunt van het Oude Testament te zien. Want volgens de evangelisten beriep Jezus zich bij zijn eerste openbare optreden graag op woorden van de profeet Jesaja. En Hij zou gestorven zijn met de psalmen (22, 31) op zijn lippen. Je kunt in Jezus dus wel een nieuwe wetgever als Mozes zien, zoals Matteüs lijkt te doen. Maar met even veel recht plaatst iemand hem vooral in de poëtische en profetische traditie van Israël. Daarin ligt de nadruk meer op de Geest die een mens inspireert en boven zichzelf uittilt tot een leven ten dienste van God en de naaste.

De joodse traditie verdient dus alle eer als voedingsbodem en verstaanshorizon voor Jezus, maar dat is wat anders dan een status aparte. Het christendom moet het jodendom niet verheerlijken en zichzelf gaan ‘verjoodsen’. Voor de kerk is ‘terug naar de Thora’ zowel een onbegaanbare als een onaantrekkelijke weg. Wie leest om welke geringe reden iemand volgens de Wet van Mozes de doodstraf zou moeten krijgen, is daar snel van doordrongen. En herinvoering van de besnijdenis zou bij menig man op bezwaren stuiten. Er is geen weg terug. Het christendom heeft op basis van het Nieuwe Testament en in het bijzonder het optreden van Jezus z’n eigen morele richtlijnen ontwikkeld en daarbij belangrijke aanvullingen en correcties op het Oude Testament doorgevoerd.

Kerkorde

Voor zover ik weet, doet het jodendom niet aan ‘kerktheologie’. Op zijn beurt kan het christendom prima zonder Israëltheologie. Ongetwijfeld komt dat de onderlinge verhouding en het wederzijds respect ten goede. Dit betekent voor de Protestantse Kerk dat ze haar toch al vage kerkordeartikel kan schrappen. Daar zou ik voor zijn. Een beter voorstel is misschien om dit artikel uit te breiden en te concretiseren. Dan kan de kerk aangeven zich niet alleen met de joodse maar ook met andere religieuze tradities verbonden te weten. Daarmee laat zij de strijdbijl tussen de godsdiensten uit haar handen vallen, in de hoop die ooit samen voorgoed te begraven. En als concrete invulling kan de kerk zich verbinden aan een onopgeefbare strijd tegen antisemitisme en elke vorm van discriminatie op grond van ras en geloof. Zowel in eigen huis als wereldwijd.

 

15 gedachten over “De kerk kan prima zonder Israëltheologie

Voeg uw reactie toe

  1. Heel goed, deze knuppel in het kerkelijke hoenderhok. Hard nodig.
    Jammer dat in het interview in Trouw 14/9/18 de strijd tegen het antisemitisme zwaarder wordt aangezet dan wat er in de slotzin van Opbergens essay op volgt: de inzet voor strijd tegen discriminatie. Nog beter zou geweest zijn als daar stond: strijd tegen de schending van mensenrechten.
    Mijn vraag is dan ook of liberaal christendom hetzelfde is als radicaal christendom.
    Op basis van kennisname van wat er in het (on)heilige land gebeurt zouden naar mijn mening de kerken (voorop de PKN) zich niet alleen moeten ontdoen van dubbelzinnige kerkorde-taal over verbondenheid met Israël, maar ook schaamte en schuldbesef aan de dag moeten leggen voor de medeverantwoordelijkheid voor het ellenlange Palestijnse leed door niet vurig genoeg opgekomen te zijn voor hun rechten in de afgelopen zeventig jaar.

    Like

  2. Het artikel in Trouw van 14 sept 2018 is niet zo helder als dit artikel. Overigens ben ik.(als vrijzinnig de kend mens) van mening dat “verkoopsing” van het christendom een grote zegen zou zijn, waarbij de eigen handelingsverantwoordelijkheid en daarmee de waardigheid van de christelijke mens een grote stap voorwaarts zou maken. Waarom die hysterie van o.a. Paulus over Jezus als godsmens volgen? Jezus zelf gaf daar in zijn overgeleverde woorden weinig aanleiding toe. Dan wordt die wijze man weer die rabbi voor het volk en zijn volgelingen leden van een frisse Joodse sekte.

    Like

  3. Een heel helder geschreven artikel. Eindelijk wordt dit onderwerp in alle nuchterheid besproken. En nu een even helder en vooral open gesprek en discussie, zonder vooringenomen niet te onderbouwen dogmatische standpunten.

    Like

  4. onopgeefbaar verbonden met een misdadige bezettingsmacht….. onbegrijpelijk dat onze PKN dit anno 2018 in haar “kerkorde” heeft staan; dit is geen orde maar wan-orde met alle verwarrende gevolgen van dien.

    Like

  5. Geen Israëltheologie?! Mijn eerst reactie ‘wat zullen we nou krijgen’ werd ietwat getemperd toen ik verder las, want wat het artikel wil is een ander sóórt Israëltheologie, en dat doet Jan Offringa ook: als christelijk theoloog zijn plaats bepalen tegenover de traditie waaruit de kerk ontstaan is, is dat niet precies Israëltheologie?
    Het gaat dus om de inhoud. Op bepaalde punten ga ik met de auteur mee: verheerlijking van het Jodendom en ‘verjoodsing’ van het Christendom (‘jodelen’) en de illusie dat dan alles goed komt – nee, natuurlijk niet. Maar is dat niet een tendens die alweer een tijdje voorbij is? Meer aandacht voor de onderdrukking van de Palestijnen? Heel erg nodig. Religieus claimen van het land staat een volkenrechtelijke oplossing in de weg? Mee eens.
    Maar theologisch sla ik een andere weg in. De tendens van het artikel blijft: ‘er is geen weg terug … belangrijke correcties en aanvullingen op het OT…’. In die context gaan de betitelingen Oude/Nieuwe Testament (waar ik op zich geen bezwaar tegen heb) functioneren als ‘verouderd’ tegenover ‘vernieuwd’. De suggestie wordt gewekt dat het Jodendom is blijven staan bij het OT en de christenheid verder is gegaan. Dat lijkt me nou oude wijn in nieuwe zakken. Neem het voorbeeld van de vele doodstraf-artikelen in de Thora: is er ooit iemand geweest in recent Joden- of Christendom die zoiets weer wilde invoeren? Heeft het Jodendom niet al vele eeuwen geleden (eigenlijk al in Jezus’ tijd) die wetten geherinterpreteerd en gehumaniseerd? Is het niet juist de kerk die een geschiedenis heeft van ombrengen van ketters en andersgelovigen?!
    In mijn optiek moet theologie beginnen met de eenheid van OT en NT: ze spreken over dezelfde God, het NT kan niet los van het OT gelezen worden, elk woord van de apostelen veronderstelt die traditie. Maar er gebeurt natuurlijk wel iets nieuws met Jezus. Theologie is evenwichtskunst: de erkenning dat je 2/3 van je bijbel deelt met de synagoge wil niet zeggen dat er geen verschil is; de erkenning dat tussen dit volk en hun en onze God een bijzondere band bestaat hoeft niet te leiden tot steun voor de politiek van de huidige staat Israël. De noodzaak om Jesaja éérst als een Joods boek te lezen sluit niet uit dat er ook een valide christelijke lezing mogelijk is. Enzovoorts.
    De kernvraag is voor mijn gevoel, of liberale theologie betekent dat de liberale waarden waar wij graag onder leven de basis gaan vormen van de theologie. Dat lijkt me een verwarring van terreinen. In een liberale democratie hebben aanhangers van alle godsdiensten en humanisten gelijke rechten; maar theologisch is voor christenen het Jodendom niet een godsdienst als alle andere. De ‘onopgeefbare verbondenheid met Israël’ is voor mijn gevoel niet een artikel waar we vanaf moeten, maar de verwoording van een probleem waar de theologie mee moet blijven worstelen.

    Like

  6. Volgens de christelijke theologie hebben deze liberalen volkomen gelijk…….
    Volgens mijn Bijbel dwalen zij echter in het duister!

    Het is m.i. net zoals met Messias Yeshua: je bent voor of tegen……een middenweg is er niet.

    Like

  7. Jan, dank voor je heldere verwoording en opvatting. Dapper ook, want je zal uit veel hoeken van de kerk ook heel wat kritiek over je heen krijgen. Die zal niet mals zijn. Ik weet dat uit ervaring. In grote lijnen deel ik je visie, zeker de politieke kant ervan. Maar geen aparte plaats voor Israël in de christelijke theologie is wel erg mager. Ik blijf die noodzakelijk vinden. Bovendien: we krijgen Israël er toch nooit meer uit, historisch gezien niet, maar wat mij betreft ook principieel niet. En dit moet ook zo blijven. En dan bv. toch maar de volgorde van Tenach om helder te krijgen en te houden dat we in de bijbel niet in de eerste plaats met historie te maken hebben maar met literaire reflectie. Hoe je het ook keert of wendt en hoe je het ook noemen wil, op Israelzondag (die houden we erin, en ik vind dat ’t elke zondag Israelzondag moet zijn) dient het te gaan over onze wijze van lezen en interpreteren van ons bronboek. Dat mogen en moeten we leren van het (liberale) Jodendom. Leggen christenen hun oren niet te luisteren bij de Joden, waar het gaat over de wijze van omgang en interpretatie van Joodse geschriften (inclusief de evangeliën als midrasjim, en Paulus), dan ontstaan de grootste misverstanden. En in de kerk ben ik nog niet toe aan lezingen uit de Koran of de Upanishaden. We blijven als christenen schatplichtig aan het Jodendom en het volk Israël en aan de ethiek van de Tora (hoe die dan te interpreteren leren we o.a. uit het laatste boek van Rochus Zuurmond), waar de Jood Jezus geen tittel of jota van af deed. Dus laten we ook van Artikel 1 KO alsjeblieft geen tittel of jota afdoen. Dan komt de kerk ongeworteld los in de lucht te hangen en is de hemel op aarde nog verder buiten bereik.
    Hans Meijer.

    Like

  8. Een aantal piketpaaltjes in dit artikel kan ik meemaken. Maar bij de al te luchtige interpretatie van Paulus’ inbreng – toch altijd een crux in deze discussie – vliegt het m.i. behoorlijk uit de bocht. Als je de fundamentele dialectiek van Romeinen 9-11 gaat wegzetten als louter een apocalyptisch standpunt, ja, dan ben je met grote liberale passen opeens wel heel erg snel waar je wezen wilt. Jammer. Liever langer het in de spanning uithouden.

    Like

  9. Interessant stuk vanuit godsdienstige optiek. Misschien is het ook nuttig hierbij ook iets meer de politieke optiek te betrekken.

    ISRAELIET, JOOD, ZIONIST EN ISRAELI: ALLEMAAL HETZELFDE?

    Waarop richt zich het antisemitisme?
    Iets beweren over Joden, Israël of antisemitisme is als het lopen in een mijnenveld. Eén woord dat in dit verband verkeerd kan worden uitgelegd en je wordt verdacht gemaakt c.q. aan het kruis genageld. Zie bijvoorbeeld de frequente pogingen om van Agt en Corbyn als antisemieten te ‘’framen’’. Omdat we in de media, jaar in jaar uit, nogal eens met deze termen worden geconfronteerd, lijkt het mij verstandig iets meer helderheid te krijgen over de betekenis van deze begrippen.
    Wanneer je het woordenboek van van Dale (twaalfde druk en internet) openslaat, vind je daarin het woord semitisme niet. Dat is toch wat merkwaardig! Het woord antisemitisme wordt daarin omschreven als Jodenhaat. Waarom acht ik het ontbreken van het woord semitisme merkwaardig? Omdat het antisemitisme zich letterlijk tegen iets keert, namelijk het semitisme, althans dat zou je kunnen denken. Verder speurend in van Dale kom ik wel het begrip Semieten tegen. Dit woord wordt omschreven als benaming voor het ras dat in hoofdzaak de Arabieren en Israëlieten omvat (afstammeling van de in de bijbel genoemde Sem, zoon van Noach). Jood wordt daarin omschreven als iemand behorend tot het Joodse volk, bestaande uit nakomelingen van de stammen Juda en Benjamin dan wel als iemand die het Joodse geloof aanhangt. Het woord jodendom wordt vervolgens omschreven als het joodse volk en als de joodse godsdienst.
    In de Thora c.q. de Bijbel (het Oude Testament) staat meer achtergrondinformatie over de genoemde begrippen. Het eerste boek Genesis vermeldt de directe voorgeschiedenis van de Israëlieten, te beginnen met de drie aartsvaders. De eerste aartsvader was Abraham, de stamvader van zowel de Joden als de Arabieren. Zijn god Jahweh beloofde hem voor zijn nakomelingen het land Kanaän. Je zou deze belofte (het Verbond) kunnen zien als een soort goddelijke Balfourverklaring avant la lettre. De tweede aartsvader was Isaak, de tweede zoon van Abraham. Abraham kreeg deze zoon onverwachts bij zijn lange tijd onvruchtbare eerste vrouw Sara. De eerste zoon van Abraham was overigens Ismael, de stamvader van de Arabieren. Isaak kon aartsvader worden omdat zijn moeder Sara er in geslaagd was Ismael, met zijn moeder het huis, c.q. de tent, uit te werken. Abraham ging volgens het verhaal zo ver, dat hij in opdracht van Jahweh zijn zoon Isaak als brandoffer op een door hem opgericht altaar voor Jahweh vast bond. De derde aartsvader was Jakob, de zoon van Isaak en Rebekka. Jacob werd op zijn beurt aartsvader omdat hij met behulp van een bord linzen zijn oudere broer Esau het eerstgeboorterecht ontfutselde. Deze Jakob kreeg 12 zonen en krijgt in de Bijbel als nieuwe naam: Israël. De nakomelingen van deze zonen vormden de twaalf stammen van Israël, ook wel de Israëlieten genoemd.
    Op de basis van de verhalen in de Bijbel zou men kunnen gaan denken dat semitisme iets zou kunnen betekenen als het voorop stellen van de Semieten, dus als een vorm van positieve discriminatie. Hierin wordt immers gesproken over de Joden als het door God uitverkoren volk. De nakomelingen van Abraham zouden op basis daarvan kunnen zijn gaan denken: wij zijn beter dan de anderen, niet in de laatste plaats omdat God achter ons staat en ons ook beloften heeft gedaan, die hij moet nakomen. Men moet zich hierbij wel realiseren dat de Thora het boek is van de Joden en het derhalve niet zo vreemd is, dat zij door hun eigen god worden bevoordeeld. Jahweh kan immers worden gezien als een stammengod. Elk volk c.q. stam had immers in het verleden zo zijn eigen god(en) en de god van de overwinnaar was blijkbaar (evidence based) beter dan die van de anderen en dus geloofwaardiger.
    Volgens de daarop volgende traditionele joodse wetgeving luidt de definitie van “wie is Joods” en Jood-zijn: alleen die persoon waarvan de moeder ten tijde van de geboorte een Jodin was of de persoon die zich vrijwillig tot het jodendom heeft bekeerd is op grond van de Joodse wetten Joods. Een en ander impliceert dat de etniciteit c.q. het ras blijkbaar een belangrijke rol speelt in het jodendom. Eerst volgens het patrilineaire systeem (zie de aartsvaders) en vervolgens het matrilineaire systeem.

    Beperking van het begrip antisemitisme
    Mensen die zich joods noemen, zien zichzelf, net zoals vele andere groepen trouwens, als bijzonder. Wanneer een groep overwegend op basis van geboorte wordt bepaald en niet iedereen tot deze groep kan toetreden, kunnen de leden en niet-leden elkaar gemakkelijk in termen van ‘’wij’’ en ‘’zij’’ gaan zien. Wij zagen hierboven dat het antisemitisme zich richt tegen joodse mensen, maar blijkbaar niet tegen de joodse godsdienst. Eigenlijk dus het omgekeerde van wat Wilders doet met de Moslims en de Islam. Hij haat niet de Moslims, maar de Islam, dat is althans zijn verdedigingslinie. Aangezien Arabieren ook Semieten zijn, kan hij zich op deze wijze vrijwaren van de beschuldiging van antisemitisme (in ruime zin).
    Het begrip antisemitisme beperken tot Jodenhaat impliceert op een tweetal gronden een onlogische keuze. Waarom dit begrip beperken tot Joden en niet tot alle Semieten en waarom alleen spreken over ‘’haat’’ en niet lichtere vormen van ‘’afkeer’’, leidend tot discriminatie, daar ook onder laten vallen? In de Middeleeuwen speelde in Europa de afkeer van de Arabieren en Moslims, zeker in de geopolitieke beeldvorming, een nog belangrijker rol dan de afkeer van Joden. De Joden werd in ieder geval zo nu en dan nog toegestaan een synagoge te bouwen, terwijl het bouwen van een moskee in Europa nagenoeg ondenkbaar was. Op grond van de gemeenschappelijke vervolging en slachtingen van Joden en Moslims door de Christenen, zoals tijdens de Kruistochten, is de uitsluiting van de Arabieren/Moslims bij de omschrijving van het begrip antisemitisme niet alleen onlogisch, maar ook zeer merkwaardig. Men zou kunnen stellen dat ook momenteel in het Westen de Arabieren/Moslims/Islam haat c.q. afkeer weer duidelijk groter lijkt dan de Jodenhaat c.q. afkeer.
    Dat Joden zelf de Arabieren/Moslims uitsluiten van hun ‘’wij’’ begrip is minder onlogisch. Ondanks hun gemeenschappelijke Semitische oorsprong volgens de Bijbel, beperken zij de eigen groep tot de Joodse familie. Nog al wat Joden maken dan ook een onderscheid bij ‘’wij’’ en ‘’zij’’ tussen Joden en niet-Joden (Gojem). Anders dan de Moslims zien zij de zich ook op de Bijbel baserende monotheïstische Christenen en Moslims in het beste geval als slechts verre familie.
    De belangstelling van een aantal Joden voor alleen de eigen groep komt ook al tot uiting in de Thora/Bijbel. Zo draagt Jahweh in de Bijbelboeken Deuteronomium 7 en Numeri 33 de Joden op alle bewoners uit het Beloofde Land te verdrijven en hen zelfs radicaal uit te roeien. De inname van het Beloofde Land lijkt daar duidelijk gebaseerd te zijn op een vorm van genocide.

    Verbreding van het begrip antisemitisme
    Sinds 1890 (Birnbaum) is er een Zionistische beweging ontstaan die streeft naar een nationale staat voor de Joden. Zionisten zijn overigens niet alleen te vinden onder Joden, maar ook bij conservatief evangelische groeperingen. In Zionistische kringen is men in het algemeen niet alleen voor het monopoliseren van het begrip antisemitisme tot Jodenhaat, maar gelijktijdig doet men daar ook verwoede pogingen om dit begrip in een andere richting weer te verbreden. Onder aanvoering van Netanyahu probeert men daar de begrippen antiZionisme en anti-Israël(isch) als vormen van antisemitisme erkend te krijgen. Zo streven zij er zelfs naar in de verschillende nationale wetgevingen opgenomen te krijgen dat ‘’claiming that the existence of a State of Israel is a racist endeavor’’ en ‘’applying double standards by requiring of Israel a behavior not expected or demanded of any other democratic nation’’ vormen van antisemitisme zijn.
    De Israëlische Knesset nam vervolgens zelfs op 19 juli 2018 een Basis Wet aan met de volgende inhoud:
    A) het land Israël is het historische thuisland van het Joodse volk, waarin de staat Israël is gevestigd;
    B) de staat Israël is het nationale thuis van het Joodse volk, waarin het haar natuurlijke, culturele, religieuze en historische recht op zelfbeschikking vervult;
    C) het recht op nationale zelfbeschikking in de staat Israël is alleen voor (unique to) het Joodse volk.
    Gezien bovenstaande is het niet verwonderlijk dat Israël alle Joden als (mogelijke) Israëlische staatsburgers beschouwt en van oordeel is dat elke Jood ook solidair dient te zijn met Israël. Dit is geheel in overeenstemming met bovenstaand Zionistisch streven. Voor de regeringen van Israël bestaat er blijkbaar geen verschil tussen Israëliet, Israëliër, Zionist en Jood. De rest van de wereld moet die visie van Israël maar ongezien overnemen. Zo niet, dan dreigt een beschuldiging van antisemitisme. De vermenging van de begrippen Jood, Zionist en Israëliër is duidelijk in het belang van Israël. Op deze wijze kan Israël niet alleen de Joodse achterban vergroten, maar ook kritiek op haar staat direct als antisemitisch afdoen.

    Verklaringen voor ontstaan antisemitisme
    In de literatuur kom je als mogelijke gronden voor het ontstaan van antisemitisme zaken tegen als:
    1) de dood van Jezus Christus die de Joden in de Bijbel in de schoenen geschoven krijgen;
    2) jaloezie van de Christenen op de bevoorrechte positie van de Joden in de Bijbel;
    3) het herkenbaar anders zijn van Joden doordat zij als enige groep niet gedwongen werden Christelijk of Moslim te worden omdat het Jodendom als voorloper van het Christendom en de Islam werden getolereerd;
    4) Joden als afzonderlijke groep erg gemakkelijk als zondebok werden gebruikt bij het ontstaan van maatschappelijke c.q. economische problemen;
    5) de gebrekkige integratie in de samenlevingen waarin de Europese Joden zich vroeger bevonden door een sterke overlap van ras, godsdienst en culturele en sociale identiteit en het al dan niet gedwongen leven in eigen kring;
    6) twijfel aan de loyaliteit van de Joden aan de samenlevingen waarin zij woonden;
    7) het feit dat Joden bij het uitlenen van geld geen rente mogen vragen aan Joden, maar wel aan niet-Joden en zij daardoor soms (grote) schuldeisers werden;
    8) de oververtegenwoordiging van Joden destijds bij de middenstand/winkeliers in Oost-Europa;
    9) de invloed van Joden in de politiek, banken, wetenschappen en media;
    10) de duivel c.q. demonen die via mensen als Hitler een samenleving op het verkeerde been kan/kunnen zetten.
    Wanneer we echter naar de afgelopen eeuw kijken en inzoomen op het ontstaan van het huidige Israël en de relatie daarvan met het antisemitisme, dan lijkt het mij zinvol eerst aandacht te vragen voor een aantal gebeurtenissen die ook van belang zijn geweest voor de inkleuring van deze relatie.
    In de Balfourdeclaratie van 2 november 1917 stelt de Britse regering: His Majesty’s government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, Als reden voor deze verklaring van Balfour wordt gerefereerd aan de veronderstelde propagandawinst daarvan voor de geallieerde oorlogsinspanningen onder de wereldwijde Joodse gemeenschap. De woordvoerder van de Zionisten, Weismann, had niets nagelaten om Balfour ervan te overtuigen dat de Zionisten met hun joodse achterban in de USA en Rusland de doorslag zouden kunnen geven in de Eerste Wereldoorlog.
    De eerlijkheid gebiedt te stellen dat een en ander zeer omstreden was, zeker ook in Joodse kring. Zo was de Joods-Britse Kabinetsminister Montagu mordicus tegen de ondertekening van de Balfourdeclaratie en bestempelde hij deze zelfs als antisemitisch. De Joden hadden in zijn ogen net gelijke burgerrechten gekregen in Engeland en nu pretendeerden die paar zionisten dat zij voor alle Joden in de wereld spraken en dat de Joden maar naar een eigen natie zouden moeten gaan streven.
    Met het oog op de Tweede Wereldoorlog kan bijvoorbeeld ook nog gewezen worden op zaken als het uitroepen van een boycot tegen Duitse goederen in 1933. De kop in de Daily Express luidt op 24 maart 1933: ”Juda declares war on Germany” met als subkop ‘’Jews of all the world unite in action”. In dit artikel is sprake van een wereldwijde boycot van Duitse goederen en van een heilige oorlog. Vlak daarna werd in Amsterdam nog een Internationale Boycot Conferentie georganiseerd door de World Jewish Economic Federation onder leiding van de vooraanstaande en gewiekste Amerikaanse advocaat Samuel Unterm(e)yer. Zijn oproep tot een boycot leidde overigens tot een scherpe afwijzende reactie van professor Cohen uit Utrecht.
    Waarom noem ik deze zaken? Om aan te geven dat enerzijds Duitsers en Joden/Zionisten reden hadden om wat minder vriendelijk over elkaar te denken en anderzijds in Joodse kring ook toen al heel verschillend over het zionisme en de plaats van de Joden in de wereld werd gedacht. Ook toen al speelde de onzuivere vermenging tussen de begrippen Jood, Zionist en Israëli een belangrijke rol. En dan hebben we het nog alleen over het Westen en niet over de bewoners van Palestina, die als gevolg daarvan maar plaats zouden moeten maken voor Israël. Zij hadden een steeds aanzwellende stroom van joodse immigranten zien aankomen, maar onderschatten het zionistisch gevaar voor hen.
    De genocide op de Joden in de Tweede Wereldoorlog heeft zeer waarschijnlijk een doorslaggevende rol gespeeld bij de creatie van Israël in Palestina in 1948. De Zionisten konden hierdoor op meer goodwill konden rekenen voor hun streven bij zowel de Joden zelf als de rest van de wereld. Na de creatie van Israël ontstaat echter de vraag, in hoeverre deze vorm van semitisme niet juist het antisemitisme heeft gestimuleerd. Zeker in het licht van (de ontwikkeling van) het beleid van Israël ten opzichte van de bevolking van Palestina komt deze vraag steeds pregnanter naar voren. Duidelijk is ook dat Israël en de Zionisten bewust en onbewust erg geneigd zijn elke vorm van kritiek op hen als antisemitisch te bestempelen in de hoop daarmee de eigen positie bij Joden en niet-Joden te versterken. Men schuwt daarbij zelfs niet terug voor het aanwakkeren van afkeer c.q. haat tegen de Arabische landen en de Islam in de rest van de wereld door ze als antisemieten weg te zetten.
    Als zodanig lijkt het (beschuldigen van) antisemitisme het belangrijkste politieke instrument van Israël om haar machtspositie in het Midden Oosten te ondersteunen. Zelfs belangrijker dat het bezit van kernwapens, waarvan men het bestaan officieel niet wenst te erkennen, hoewel men er af en toe wel zelfs mee dreigt.

    Hoe verder?
    Hoe het antisemitisme tegemoet treden? Een aantal suggesties:
    1) Erkennen dat het begrip antisemitisme niet alleen betrekking heeft op Joden, maar op alle Semieten c.q. het joodse en het islamgeloof.
    2) Erkennen dat de afkeer van Nederlanders en Joden tegen Arabieren en Moslims evenzeer moet worden bestreden als de afkeer van Nederlanders en Arabieren tegenover Joden.
    3) Beschuldigingen van antisemitisme door Israël en het CIDI niet meer lichtvaardig en kritiekloos overnemen.
    4) In het onderwijs niet alleen aandacht schenken aan de gevoeligheden van Nederlandse Joden ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog, maar ook aan die van de Arabische en Islamitische Nederlanders t.a.v. het kolonialisme in het Midden Oosten.
    5) In het geschiedenisonderwijs ook aandacht schenken aan het feit dat de geschiedenis veelal wordt geschreven door de overwinnaars en niet door de verliezers.
    6) Erkennen dat het Nederlandse buitenlandse beleid t.a.v. het Midden Oosten weinig evenwichtig is geweest omdat daarbij altijd de veiligheid van Israël op de eerste plaats heeft gestaan, ook als dat ten koste ging van het internationale recht en de mensenrechten.
    7) Erkennen dat het zelfbeschikkingsrecht voor het Joodse volk niet betekent dat dit recht kan worden toegepast in een gebied/land zonder toestemming van de aldaar wonende mensen
    8) Het begrip terroristische organisatie niet al te gemakkelijk te misbruiken als rechtvaardiging voor het vernietigen van de uitslag van democratische verkiezingen en van de sociale en economische infrastructuur van een volk.
    9) Erkennen dat wanneer Israël een bijzondere band claimt van alle Joden met dat land en bepaalde groepen Joden of anderen zoals AIPAC dat ook onderschrijven, dat het dan ook is toestaan die groepen Joden/Zionisten aan te spreken op de afwezigheid van schuldgevoel bij hen ten aanzien van het treurige lot van de Palestijnen door het ontstaan van dat land en het daarin gevoerde beleid.

    14-9-2018
    C. Genet, Zoetermeer

    Like

  10. IS HET CHRISTENDOM EEN APARTE RELIGIE?

    Er is commotie ontstaan rond een opiniestuk van de theoloog Jan Offringa op de website liberaalchristendom.nl (‘De kerk kan prima zonder Israeltheologie’) en een interview dat hij gaf aan het dagblad ‘Trouw’. Dat er reactie zou komen uit de hoek van het overlegorgaan joden en christenen (OJEC) was te verwachten. Maar ook als vrijzinnig predikant verbaas ik me over zijn stellingname, niet in politieke zin maar theologisch. Offringa zegt te spreken namens de auteurs van het boek ‘Liberaal christendom’, die het vrijzinnig-theologisch collectief Relivant vormen. Maar hoe vrijzinnig of liberaal is het wat er door hem wordt beweerd?
    Offringa zegt dat de kerk de Thora met recht heeft vervangen door Jezus en dat het christendom moet worden gezien als een zelfstandige religie. Dat mag dan misschien het doel zijn geweest van de bisschoppen van de vroege kerk, die zich van het jodendom vervreemdden, maar het is maar de vraag of dat ook de bedoeling is geweest van Jezus. Een bekend gezegde (uit de liberale theologie!) is dat Jezus geen kerk of nieuwe religie wilde stichten, maar het koninkrijk van God verkondigde – als jood.
    Terecht wijst Offringa op de heterogene aard van het jodendom uit de tijd van Jezus. Hij verbindt daar echter te weinig conclusies aan. Het jodendom zoals we dat nu kennen is het canonieke jodendom dat in 70 na Christus ‘de Thora, de Profeten en de Geschriften’ (Tenach) aanvaardde als gezaghebbend boek. Maar het is genoegzaam bekend dat er in de tijd van Jezus veel meer joodse groepen waren, waaronder sadduceeën en samaritanen die het gezag van ‘de Wet en de Profeten’ niet erkenden, maar alleen de Thora als heilig boek zagen. Bij de essenen en allerlei woestijngroepen waren het juist weer apocalyptische en soms ook gnostische visionaire geschriften die hun denken (mede)bepaalden. Ook wat geloofsvoorstellingen betreft was er een enorme variëteit in het vroege jodendom. Zo geloofden de farizeeën in een opstanding van de doden bij het laatste oordeel, terwijl de sadduceeën zich juist tegen die (van oorsprong Perzische en niet in de Thora te vinden) gedachte verzetten. In deze veelkleurige joodse habitat ontstond ook ‘het christendom’. Dat was oorspronkelijk niet meer (en niet minder) dan een joodse ‘weg’, een van de vele ‘wegen’ binnen de lappendeken die het na-exilisch Israel was. Ook Paulus zag zijn geloof als een stroming binnen de joods-hellenistische wereld. Profetische boeken als Jesaja en Jona speelden bij deze interpretatie van het jodendom een belangrijke rol.
    Pas door de toenemende invloed van ‘de volken’ en de vervreemding van de synagoge werd de joodse weg van Jezus een aparte christelijke religie. Het is maar de vraag of we daar als liberale theologen in moeten meegaan. Want volgen we dan niet teveel het spoor van Paulus, die weliswaar het universeel karakter van het geloof van Jezus benadrukte, maar er ook een geloof in Jezus van maakte, wat leidde tot een ‘orthodox-christelijke’ vernauwing* die je nog niet tegenkomt in bijv. het boek Jakobus. Mijn inziens zou een oriëntatie op de synoptische evangeliën niet alleen meer recht doen aan Jezus’ geloof in het koninkrijk, maar ook aan de inzet van de vrijzinnige theologie. Die wil immers niet Jezus centraal stellen, maar de waarden waarmee hij vormgaf aan zijn leer en zijn leven.
    De wijze waarop Relivant de liberale theologie wil profileren en onderscheiden van de Israel-theologie van de PKN lijkt me dan ook geen goede weg. Bovendien is het een poging die weinig ‘liberaal’ oogt. Want waagden niet juist vrijzinnige dominees het ooit om te dopen in de naam van ‘geloof, hoop en liefde’. Daarmee wilden ze iets zeggen. Het ging volgens hen in het christendom niet om Jezus, maar om de waarden die hij belichaamde. Waarden die in de Thora al aanwezig zijn als richtnoer en die door rabbi Jezus scherp aan het licht werden gebracht. Hij wilde de joodse Thora niet opheffen, maar laten schitteren in zijn diepste schoonheid. Offringa maakt van de Thora een stereotiep van joods-ritueel geloof (een ‘oude testament’) in plaats van te benadrukken dat het een universeel boek is dat ‘gids’ en ‘wegwijzer’ wil zijn voor alle volken. Als we voortgaan op dit spoor dreigen we te vergeten dat reeds liberale joden vóór Jezus gewoon waren om de Thora samen te vatten met het gebod van de liefde (rabbi Hillel). Jezus was en blijft een jood. Kan de kerk of het christendom dan iets anders zijn dan een tak aan diezelfde boom?

    Karl van Klaveren, vrijzinnig predikant te Den Haag

    * Overigens bedoelde Paulus dat niet orthodox-christelijk, maar handelde hij daarin juist als een liberale jood. Wat hij deed was Jezus vatten in de hellenistische mythische taal van niet-joden, waardoor Jezus als Christus werd opgehemeld tot kosmisische wereldheerser. Ook daarin was Paulus niet uniek, want dergelijke hellenistische speculaties treffen we reeds aan in het jodendom. Denk aan de speculaties over de Wijsheid en de Logos bij de hellenistische jood Philo van Alexandrië.

    Like

  11. Na het lezen van deze zeer interessante en duidelijke verklaringen, blijkt steeds weer dat het betreffende artikel in de kerkorde In principe alleen gaat over de relatie met de geloofswaarden van het jodendom. Sinds de Balfourverklaring (1917) zijn deze deze geloofswaarden vervangen door een sterke politieke factor..Blijft dan de vraag waarom de zo sterk politiek-gelieerde naam ‘Israël’ zo prominent in een artikel van de kerkorde genoemd wordt en nog niet eens zo lang geleden in de kerkorde is opgenomen. Mijns inziens heeft dat te maken met het moment van toetreding van pro-Israëlische christenen in de PKN. Nadat ina WOI aan de Joden een plek als tehuis in Palestina was toegezegd werd er daarentegen door hen toegewerkt naar een (militaire) staat die zonder overeenstemming met de Arabieren/Palestijnen en de Verenigde Naties in 1948 werd uitgeroepen. Een staat, die met de bewust gekozen naam ‘Israël’ een geclaimd recht op het oude gebied Kanaän/Palestina opeist op grond van Bijbelteksten ten koste en met verdrijving van de inheemse Palestijnse bevolking. Een langdurige bezetting en mensenrechtenschendingen van Palestijnen volgde vanaf 1967 en clustering van vluchtelingen en Palestijnse inwoners in overgebleven bezet Palestijns gebied. Vele daaropvolgende sancties van de Verenigde Naties werden genegeerd, de Holocaust en Oslo-akkoorden (1993) werden door Israël voor zichzelf uitgebuit om ‘hun Bijbelse land te heroveren’.en een onafhankelijke staat Palestina werd sindsdien onmogelijk gemaakt Binnen de christelijke kerken waren er christenen voor Israël die zich ideologisch achter de staat Israël en zijn claims schaarden, ondanks discriminatie en onthouding van rechten van niet-Joodse inwoners! Leerde Jezus niet anders? ‘Vanaf het begin van deze eeuw voert Israël de strijd tegen protesten tegen zijn bezettingspolitiek (waaronder boycots) sterk op d.m.v. eigen wetgeving en wereldwijde propaganda; daarvoor heeft zij ook het begrip ‘antisemitisme in politieke zin verbreed. De naam ‘Israël’ heeft ook in de Bijbel al een politieke lading als volk met een koning die macht uitoefent en land verovert. De huidige en volgende generaties zijn met een politieke militaire kernmachtsstaat ‘Israël’ opgegroeid. Het zou de boodschap van de christelijke kerk ten goede komen om deze naam in de huidige formulering niet in de kerkorde te gebruiken, Deze aanstootgevende formulering (denk aan mede-christenen en vluchtelingen uit en in Israël-Palestina en het Midden-Oosten) moet geschrapt worden of vervangen door bijvoorbeeld een verwijzing naar ‘onze wortels in het jodendom’ of naar het ‘onopgeefbare verbond van God met de mensen’ (waaronder joden, moslims, christenen) of een oproep tot ‘liefde voor onze naasten, recht en rechtvaardigheid’.
    Lamkje Sminia, Amstelveen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: