De heiligheid van de dood

Moeten we in het debat over het zelfgekozen levenseinde de heiligheid van het leven noemen, of juist de heiligheid van de dood, zo vraagt Annemarieke van der Woude zich af.

Annemarieke-van-der-Woude-e1442237074515

Annemarieke van der Woude is remonstrants theoloog en schreef onder meer het boek ‘Als de dood, trage vragen in het euthanasiedebat’.

De vraag van Wouter Slob is mijn vraag: heeft de theologie nog wat te melden in de discussie over euthanasie en voltooid leven? Van de voetangels en klemmen die vastzitten aan deze vraag ben ik mij bewust. ‘De’ theologie bestaat niet. Het kerkelijk en gelovig landschap in Nederland is veelkleurig. Mijn waardering is daarom groot dat Slob een poging waagt.

Lijden aan het leven
De notie van het lijden voert hij aan om tegenwicht te bieden aan de dominante rol die het begrip ‘autonomie’ speelt in de huidige discussie over het zelfgekozen levenseinde. Ik twijfel aan de overtuigingskracht van die inbreng, in het bijzonder voor mensen die zich niet, of niet langer, verbonden voelen met de christelijke traditie.

Lijdensverheerlijking is niet waar Slob op doelt. Het gaat hem om een besef dat, in de ervaring van pijn, angst en wanhoop, de kwetsbaarheid van een mens zichtbaar wordt − in het levensverhaal van Jezus was dat niet anders. Een bestaan waarin de ene mens totaal afhankelijk is geworden, roept de toewijding en zorg van een ander op. In die relatie kan iemand zin beleven, ook al voert hij niet meer de regie over zijn eigen bestaan. Maar voor velen die zich sterk maken voor zelfbeschikking over de dood is lijden niet een bron van zin, maar het vloertje onder hun stervenswens.

In 1998 beëindigde senator Edward Brongersma zijn leven door het slikken van medicijnen die zijn huisarts hem had verschaft. Brongersma was ‘levensmoe’: hij leed aan het bestaan. In het actuele debat zijn we ‘lijden aan het leven’ anders gaan noemen, namelijk ‘voltooid leven’, maar de grondslag van het lijden is dezelfde gebleven: het vooruitzicht verder te moeten terwijl het alleen maar minder worden kan.

Heiligheid van de dood
Vanuit de theologie zou ik precies dat begrip willen verkennen dat Slob juist niet geschikt acht: ‘heiligheid’. Zijn bezwaar is dat nadruk op de heiligheid van het leven voorbijgaat aan de ervaring van zinloosheid van talloze mensen. Dat ben ik met hem eens. Dan krijgt het leven bovendien een onaantastbaarheid die botst met de hedendaagse medische praktijk, waarin er voortdurend kan worden ingegrepen in de levensloop, vanaf het allereerste begin, tot en met het einde.

‘Heilig’, in bijbelse zin, is ‘apart gezet’. Als de Eeuwige Mozes aantreft bij de brandende braamstruik, roept hij: ‘Mozes, Mozes! (…) Kom niet dichterbij: doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats, waarop gij staat, is heilige grond’ (Exodus 3,4-5). In de bijbel kan het gaan om heilige ruimte ‒de tempel‒, heilige tijd ‒de sabbat‒, of om ‘apart gezette’ personen, zoals de priesters in het Oude Israël. Het fundament voor dit alles is de heiligheid van de Eeuwige: ‘Heilig zult gij zijn, want Ik, de Here, uw God, ben heilig’ (Leviticus 19,2; beide citaten uit de vertaling NBG 1951).

De gedachte is blijkbaar dat er plekken zijn die je slechts schoorvoetend betreedt, tijden die je respecteert. Dan vraagt de heiligheid van de mens om schroom in de omgang met hem of haar. De betekenis van ‘heiligheid’ in de discussie over euthanasie en voltooid leven is: een pas op de plaats maken als de dood in aantocht is.

Dat houdt in ieder geval twee dingen in. Het eerste: niet eindeloos doorbehandelen. Want als de dood al heeft aangeklopt, waarom zou je dan met alle geweld de deur dicht houden? Iemand het sterven gunnen kan van wijsheid getuigen. Het tweede: de dood niet al te snel dichterbij halen. Zitten aan het sterfbed van een geliefde kan een heilig en intiem gebeuren zijn. Als je het allerlaatste stukje van een mensenleven terugbrengt tot een beheersbaar proces, is er een kans dat je het samenzijn ontheiligt. En dat is zonde.

Spagaat van het pastoraat
In het pastoraat is er deze ene mens die de dood niet wil afwachten en om euthanasie vraagt. Dat contact vergt een behoedzaam blootleggen van de motieven die tot die wens leiden. En ja, soms is de uitkomst van een dergelijke zoektocht het verzoek tot levensbeëindiging.

Bert Keizer schetst een indringend portret van het zelf geregisseerde levenseinde van een collega. Maar Keizer legt ook de vinger op de plek waar het zeer doet: wat betekent die zelfgekozen dood voor de mensen die achterblijven? En, stel dat er een wettelijke voltooid leven-regeling komt, wat betekent die nieuwe keuzemogelijkheid voor mensen die minder helder hun situatie kunnen overzien dan Keizers collega dat kon?

Zo toont zich de spagaat waarin een pastor terecht kan komen als het gaat over zelfbeschikking bij het levenseinde: wat op het microniveau van het individu passend kan zijn, kan ingewikkeld worden op het mesoniveau van de achterblijvers en kan, op het macroniveau van ons samenleven, een zekere onveiligheid creëren voor de meest kwetsbaren in onze maatschappij.

Gevoelig maken voor het heilig karakter van de dood beschouw ik als een belangrijke theologische bijdrage aan het publieke debat over euthanasie en voltooid leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: